28 oktober 2011

Eerst het kopke, dan de benen

‘’Mijn roommate Theo Bos zei tegen me dat ik moest visualiseren, dat het zou lukken. Dat heb ik gedaan. Wellicht heeft dat een grote rol gespeeld. Het ging niet als vanzelf, maar wel heel erg goed." Een citaat van Robert Gesink over zijn winst in de tijdrit van de Ronde van Oman. Het hielp hem om de eindzege in de wacht te slepen. Het is de bevestiging dat deze ‘technieken’ van sportpsychologie nog totaal niet ingedamd zijn in de wortels van de wielersport. Wat is dus de invloed van mental coaching en visualisatie op de wielersport. Tijd voor een overzicht.

Meer dan ooit is mental coaching in de sport belangrijk voor de prestaties. Al kun je nog zo goed een training leiden, als je niet met je spelers kan communiceren zul je je doel nooit bereiken. (zie Ron Jans). Alle hoofden dienen dezelfde kant op te ‘kijken’ als je een groot doel nastreeft. Een doel van mental coaching kan visualisatie zijn, om de sporter, in dit geval dus de wielrenner, optimaal voor te bereiden op de te leveren prestatie. Zo kan deze in de koers anticiperen op gebeurtenissen die hij of zij van te voren ‘gevisualiseerd’ heeft, en hoeft dus niet na te denken bij de actie.

Wielrennen is een van de meest beoefende sporten in Nederland. Het aantal ‘wielrenners’ of beter gezegd ‘toerfietsers’ groeit nog elk jaar. Het mentale aspect van de wielersport staat echter nog in de kinderschoenen. Pas sinds een jaar of twee maken de beste wielerploegen van de wereld gebruik van een mental coach. In een sport waarin de druk om te presteren ieder seizoen hoog is: om te pieken, nóg beter te zijn, de sponsors en ploegleiding te overtuigen bij een aflopend contract. Het is kortgezegd raar dat er nog geen aandacht wordt besteed aan het mentale aspect.

Welke wielrenner kent het gevoel niet dat zijn benen zo’n pijn doen tijdens een tijdrit, je lijf schreeuwt hard dat het wil stoppen, zelf wil je het liefst ook stoppen, maar toch ga je door. Hetzelfde verhaal valt te vertellen bij het ‘kantje’ rijden. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te bedenken waar je alleen op de been kan blijven door jezelf steeds op te blijven peppen, alleen dan overleef je. Niet geheel onterecht wordt vaak gesteld dat bij een tijdrit niet degene wint die het hardst kan trappen, maar degene die zichzelf het meeste pijn ‘wil’ doen.

Maargoed, doormiddel van visualisatie kan men dus veel voordeel behalen. Maar wat is visualisatie precies. Simpel gezegd is het een soort ‘video’ af laten spelen in je hoofd van de ‘ideaalsituatie’ die jij voor ogen hebt. Bijvoorbeeld de laatste kilometers van een koers die je winnend afsluit. Belangrijk hierbij is dat je dit zo realistisch mogelijk doet, dus met publiek, parcours, tegenstanders en het allerbelangrijkst; op ware snelheid. Het is wetenschappelijk bewezen dat als er in de wedstrijd iets gebeurt wat je eerder gevisualiseerd hebt, daar sneller op kunt anticiperen en je dus veel voordeel kan bieden. Het mooiste voorbeeld van visualisatie is misschien wel de skiër die vlak voor zijn afdaling helemaal in trance zit en het traject nog één keer in zijn hoofd doorloopt.

Het komen in de ‘flow’ is ook zoiets. Flow valt het beste te omschrijven als een diepe trance, waarin alles wat je doet bijna als vanzelf gaat. Het is de ultiemste vorm van concentratie en in de topsport heel erg belangrijk. ‘het ging vanzelf vandaag’, ‘ik voelde mijn benen niet’, ‘het leek alsof ik op mezelf neerkeek’, ‘mijn complete tijdsbesef was weg, ik was alleen maar bezig met die finishlijn’, deze woorden komen vaak uit de mond van een winnaar, zij zaten in de ‘flow’.

Hoe breng je jezelf in deze opperste vorm van concentratie en, nog belangrijker, hoe houdt je deze vast, hoe kom je in de ‘flow’ van je leven. Een mooi voorbeeld is de heropstanding van Floyd Landis in de Tour de France van 2006. Na een inzinking in de zestiende etappe, waarin hij het geel en heel wat minuten verliest, lijkt niemand hem nog serieus te nemen als kanshebber voor de eindzege. Met de dus zogezegde achterstand van maar liefst tien minuten begint hij aan een opzienbarende solo door de Alpen. De hele dag zit Landis in de ‘flow’ van zijn leven. Als het klassement die avond wordt opgemaakt blijkt dat hij nog maar dertig seconden achterstand heeft op geletruidrager Oscar Pereiro. In de afsluitende tijdrit pakt hij het geel terug, en wint de Tour. Landis reed die zomerdag de rit van zijn leven en deed dat op, naar later bleek, prestatiebevorderende middelen. Toch is er meer nodig dan dat om zo een prestatie neer te zetten. Waarschijnlijk gesterkt door de gedachte dat de doping hem zou helpen begon hij aan zijn solo. De hele dag waande Landis zich in een niemandsland, hij liet zich niet afleiden door een kapotte fiets, tegenstanders of het weer. De hele dag door dronk hij genoeg en hield zichzelf alsmaar koel door steeds water of zijn gezicht te spuiten. Dat achteraf prestatiebevorderende middelen in zijn urine werden aangetroffen doet mijn inziens maar een klein beetje van die prestatie af, het grootste deel deed hij die dag op pure wilskracht.

Het is misschien vergezocht, maar had het dopinggebruik van Landis misschien voorkomen kunnen worden als er destijds een mental coach aanwezig was geweest in het hotel van Phonak? Ik vind de volgende redenatie redelijk logisch. Als het contract van een renner afloopt, en hij presteert niet dan is doping de snelste weg naar succes, en dus contractverlenging. Als je als renner dus niet stevig in je schoenen staat doe je domme dingen, met alle gevolgen van dien. Met een mental coach kun je dit misschien voorkomen, al lijkt dat in het wielrennen misschien een illusie.

Visualisatie en Mental coaching verdienen dus zeker een groter aanzien in het wielrennen. Je kunt namelijk nog zoveel fysiologisch talent hebben als je maar wilt, zonder mentale weerbaarheid kom je nergens.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten