Hotseknotsebegonia-voetbal, scorebordjournalistiek en zondagsschot. Zomaar een greep uit een paar opmerkelijke voetbaltermen. Sinds afgelopen zaterdag mag een nieuw woord zich bij deze lijst voegen. ‘Snikkelgoal’ deed zijn intrede in het voetbaljargon.
Je ziet het niet vaak, een doelpunt dat word gescoord met de edele delen. Toch deed Sven Kums het afgelopen weekend. Via zijn ‘jongeheer’ kwam SC Heerenveen op een 1-0 voorsprong tegen FC Utrecht. Aanvankelijk speelde Kums de bal wat te ver voor zich uit, maar in de rebound ging de bal via zijn ‘toeter’ dan toch de goal in. Het was niet echt lachen wat hij deed toen hij het doelpunt vierde met zijn ploeggenoten. Meer een soort van lachen en huilen tegelijk, met de armen in de lucht. Best een ‘lullig’ doelpunt, als je het zo bekijkt.
Met zijn derde been zorgde Kums voor de meest curieuze goal van dit seizoen, nu al. Twee keer eerder is het voorgekomen in de eredivisie. Plet deed het een keer voor Heracles, en ook Erik Nevland van FC Groningen scoorde eens met zijn rampetamper.Is scoren met je ‘jongeheer’ niet gewoon een vorm van hands? Zou dat in de spelregels beschreven staan? Nouja ik betwijfel of je echt kunt richten met de edele delen, maar laten we daar maar niet verder op ingaan.
Alles goed en wel, maar Kums verstoorde met zijn ‘snikkelgoal’ wel het debuut van Jan Wouters als trainer van FC Utrecht. De wedstrijd eindigde namelijk in 1-4, overigens zonder dat iemand nog gebruik hoefde te maken van zijn kinderbijslag.
28 oktober 2011
Een dag niet geTD'd, is een dag niet geleefd
In het kader van een dag niet geTD´d is een dag niet geleefd stond er vandaag nog maar eens een groot artikel in het AD over Thomas Dekker. Die ongeveer een half jaar na zijn terugkeer in het peloton de balans kan opmaken. Een terugkeer in de Worldtour is het doel. ´´Het ziet er goed uit´´, aldus zijn manager Martijn Berkhout.
Het kan niet op de laatste dagen. Elke dag verschijnt er wel een nieuwsbericht of artikel over Dekker in een of andere krant. Gaat hij naar Sky? kiest hij voor de ploeg Jonathan Vaughters? Of vind hij toch onderdak bij een Nederlandse ploeg. Afgelopen zomer maakte Dekker zijn rentree in het peloton bij Chipotle Development team, de opleidingsploeg van Garmin-Cervelo. Hij reed enkele veredelde Belgische kermiskoersen en wat Nederlandse klassiekers met de Nederlandse selectie. Toch pakte de Noord-Hollander ook alweer een profoverwinning. Hij wist samen met Johan Vansummeren de koppeltijdrit Duo Normand te winnen.
Garmin-Manager Vaughters is enthousiast over de Nederlander, alleen is hij bang voor de risico’s die de transfer met zich meebrengt en hoe de ploeg daarop reageert. Garmin-Cervelo staat namelijk bekend als een van de vooraanstaande wielerploegen met een gestructureerde anti-dopingpolicy. 'Iedereen moet Thomas blind kunnen vertrouwen, voordat hij terugkeert wil ik hem flink laten afzien’ zegt Vaughters.
Wat Vaughters hiermee bedoelt is vrij duidelijk. Hij is ervan overtuigd dat het bij Dekker allemaal veel te snel en te makkelijk is gegaan als prof. Het is hem komen aanwaaien. Op zijn 20e won hij al Tirreno Adriatico, dat is allemaal veel te snel. Daarna is het hem ontschoten aan zelfreflectie en zelfkritiek. Toch is Vaughters ook positief, ‘’Ik zou hem dolgraag opnemen in mijn ploeg’’. Eerst moet echter dat dopingetiket wat hard aangedrukt op het gezicht van Dekker zit geplakt er langzaam afgescheurd worden. Pas dan krijgt Dekker echt een kans om zich weer bij de beste renners ter wereld te mogen voegen.
Hopelijk krijgt hij die kans. Want de jaren zonder Thomas Dekker waren toch bijzonder mager voor het Nederlandse wielrennen.
Het kan niet op de laatste dagen. Elke dag verschijnt er wel een nieuwsbericht of artikel over Dekker in een of andere krant. Gaat hij naar Sky? kiest hij voor de ploeg Jonathan Vaughters? Of vind hij toch onderdak bij een Nederlandse ploeg. Afgelopen zomer maakte Dekker zijn rentree in het peloton bij Chipotle Development team, de opleidingsploeg van Garmin-Cervelo. Hij reed enkele veredelde Belgische kermiskoersen en wat Nederlandse klassiekers met de Nederlandse selectie. Toch pakte de Noord-Hollander ook alweer een profoverwinning. Hij wist samen met Johan Vansummeren de koppeltijdrit Duo Normand te winnen.
Garmin-Manager Vaughters is enthousiast over de Nederlander, alleen is hij bang voor de risico’s die de transfer met zich meebrengt en hoe de ploeg daarop reageert. Garmin-Cervelo staat namelijk bekend als een van de vooraanstaande wielerploegen met een gestructureerde anti-dopingpolicy. 'Iedereen moet Thomas blind kunnen vertrouwen, voordat hij terugkeert wil ik hem flink laten afzien’ zegt Vaughters.
Wat Vaughters hiermee bedoelt is vrij duidelijk. Hij is ervan overtuigd dat het bij Dekker allemaal veel te snel en te makkelijk is gegaan als prof. Het is hem komen aanwaaien. Op zijn 20e won hij al Tirreno Adriatico, dat is allemaal veel te snel. Daarna is het hem ontschoten aan zelfreflectie en zelfkritiek. Toch is Vaughters ook positief, ‘’Ik zou hem dolgraag opnemen in mijn ploeg’’. Eerst moet echter dat dopingetiket wat hard aangedrukt op het gezicht van Dekker zit geplakt er langzaam afgescheurd worden. Pas dan krijgt Dekker echt een kans om zich weer bij de beste renners ter wereld te mogen voegen.
Hopelijk krijgt hij die kans. Want de jaren zonder Thomas Dekker waren toch bijzonder mager voor het Nederlandse wielrennen.
Het Graydon mannetje
Net werd bekend dat Ajax over het boekjaar 2010-2011 een nettowinst heeft geboekt van ruim 5,5 miljoen euro. Vooral de deelname aan de Champions League bracht veel geld mee in vergelijking met de miezerige prijzengelden in de Europa League. In totaal bracht de Champions League 20,2 miljoen euro in het laatje, tegen 3,8 miljoen het jaar ervoor in de Europa League.
Maar niet alleen de Champions League zorgden voor zwarte cijfers in Amsterdam. Ook de transfers van Luis Suarez (Liverpool) en Urby Emanuelson (AC Milan) brachtten een winst op van 23,8 miljoen euro. Toch niet gek, voor een Amsterdams clubbie. Nee Nederland doet het sowieso niet slecht als het om financiën gaat. Oke er zijn de afgelopen jaren natuurlijk wat clubs failliet verklaard, maar die hadden totaal geen draagvlak meer (FC Oss, Haarlem). En ook Feyenoord zit nog steeds diep in de schulden, maar daar is men ook bezig om weer een gezonde basis te creëren. Nee wat een verschil als je dat vergelijkt met de grootste clubs ter wereld. Ik noem voor het gemak een paar cijfers. Manchester United 96 miljoen euro verlies, Barcelona 21 miljoen euro verlies en Real Madrid 69 miljoen euro verlies. Dat zijn echter alleen nog maar jaarcijfers. Je schrikt pas echt als je de totale schulden van de topclubs eens van dichtbij gaat bekijken.
Real Madrid spant de kroon, met een totale schuldenpost van zo’n 800 miljoen euro, op de voet gevolgd door Manchester United (764 miljoen) en Barcelona (472 miljoen). Jaarlijks besteden zij vele honderden miljoenen aan spelers. Het lijkt door bovenstaande cijfers dat je zonder een ongezond kostenplaatje niet meer mee kan doen voor de prijzen. De FIFA heeft echter plannen om deze pure kapitaalsvernietiging tegen te gaan. Want hoe kan het dat voetbalclubs bijna een miljard in het rood mogen staan maar gewoon 90 miljoen neer kunnen leggen voor een speler. Een normaal bedrijf zal gewoon failliet worden verklaard. De FIFA gaat daar nu eindelijk een stokje voor steken, althans, die plannen zijn er.
Want uiteindelijk zullen de honderden miljoenen euro’s die topclubs spenderen in de honger naar succes het voetbal laten imploderen. Clubs die rode cijfers schrijven krijgen geen prijzengeld meer uit de toernooien van de FIFA. Daarnaast zou het invoeren van een transferverbod totdat de club gezond is ook een grote plus zijn, of een salarisplafond instellen voor spelers (want wat ze nu verdienen gaat natuurlijk nergens over). Dit alles om de oneerlijke concurrentie die er nu bestaat te ontkrachten. Want als je de Nederlandse competitie vergelijkt met die van de Spaanse of Engelse op financieel gebied, dan is ons kikkerlandje een van de beste ter wereld. De voetbalwereld bied in Nederland weinig werk voor het ‘Graydon’- mannetje.
Maar niet alleen de Champions League zorgden voor zwarte cijfers in Amsterdam. Ook de transfers van Luis Suarez (Liverpool) en Urby Emanuelson (AC Milan) brachtten een winst op van 23,8 miljoen euro. Toch niet gek, voor een Amsterdams clubbie. Nee Nederland doet het sowieso niet slecht als het om financiën gaat. Oke er zijn de afgelopen jaren natuurlijk wat clubs failliet verklaard, maar die hadden totaal geen draagvlak meer (FC Oss, Haarlem). En ook Feyenoord zit nog steeds diep in de schulden, maar daar is men ook bezig om weer een gezonde basis te creëren. Nee wat een verschil als je dat vergelijkt met de grootste clubs ter wereld. Ik noem voor het gemak een paar cijfers. Manchester United 96 miljoen euro verlies, Barcelona 21 miljoen euro verlies en Real Madrid 69 miljoen euro verlies. Dat zijn echter alleen nog maar jaarcijfers. Je schrikt pas echt als je de totale schulden van de topclubs eens van dichtbij gaat bekijken.
Real Madrid spant de kroon, met een totale schuldenpost van zo’n 800 miljoen euro, op de voet gevolgd door Manchester United (764 miljoen) en Barcelona (472 miljoen). Jaarlijks besteden zij vele honderden miljoenen aan spelers. Het lijkt door bovenstaande cijfers dat je zonder een ongezond kostenplaatje niet meer mee kan doen voor de prijzen. De FIFA heeft echter plannen om deze pure kapitaalsvernietiging tegen te gaan. Want hoe kan het dat voetbalclubs bijna een miljard in het rood mogen staan maar gewoon 90 miljoen neer kunnen leggen voor een speler. Een normaal bedrijf zal gewoon failliet worden verklaard. De FIFA gaat daar nu eindelijk een stokje voor steken, althans, die plannen zijn er.
Want uiteindelijk zullen de honderden miljoenen euro’s die topclubs spenderen in de honger naar succes het voetbal laten imploderen. Clubs die rode cijfers schrijven krijgen geen prijzengeld meer uit de toernooien van de FIFA. Daarnaast zou het invoeren van een transferverbod totdat de club gezond is ook een grote plus zijn, of een salarisplafond instellen voor spelers (want wat ze nu verdienen gaat natuurlijk nergens over). Dit alles om de oneerlijke concurrentie die er nu bestaat te ontkrachten. Want als je de Nederlandse competitie vergelijkt met die van de Spaanse of Engelse op financieel gebied, dan is ons kikkerlandje een van de beste ter wereld. De voetbalwereld bied in Nederland weinig werk voor het ‘Graydon’- mannetje.
De vrouwelijke Zoetemelk
Al vier keer was ze 2e geworden op een WK en gisteren voegde Marianne Vos nog maar een vijfde zilveren medaille aan haar indrukwekkende palmares. De sterke beer (komop, iedereen denkt het!) Bronzini won net als in 2010 de wereldtitel met een banddikte verschil. Op het podium neuriede Vos gefrustreerd mee op de vrolijke tonen van het Italiaanse volkslied, die ze inmiddels wel beter zal kennen dan het Wilhelmus.
Ze durfde niet aan te gaan, sprak ze achteraf in de microfoon van NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg. ‘ik durfde niet te vroeg aan te gaan in de angst dat ik mezelf op zou blazen, maar toen raakte ik ingesloten en kwam ik net te laat’. En dat was inderdaad wat Vos overkwam, ze liet zich kinderlijk insluiten door Teutenberg en kwam toen net te laat voor de wereldtitel, net als de afgelopen vijf jaar dus.
Dat de vrouwen ’s ochtends druk bezig waren om zich voor te bereiden voor de koers en geen tijd hadden om de attractieve en spannende koers van de junioren te aanschouwen bleek.De koers was namelijk niet om aan te zien. Urenlang zat de wedstrijd op slot en werden de kilometers in rustige draf afgehandeld. Natuurlijk voor een gedeelte te verhalen op het parcours, maar de junioren hadden die ochtend laten zien dat er met veel tactisch vernuft en grote aanvalsdrang veel bereikt kon worden.
Dat Vos het echter niet afmaakt in de massasprint mag ze volledig op zichzelf verhalen. De Nederlandse vrouwen hadden de koers volledig in handen in de finale en zorgden voor een perfecte lead-out voor Vos. Als de winnares van de wereldbeker jou sprint aantrekt dan mag je niet anders dan met je handen in de lucht de streep passeren, al het andere zou voelen als een ongelooflijk groot verlies, en zo geschiedde.
Toch blijft vijf keer op rij 2e en al zes jaar achtereen op het podium een sublieme prestatie. Wat veel mensen vergeten is dat deze vrouw nog maar 24 is en dus haar beste jaren nog in het verschiet liggen. Laat haar volgend jaar revanche nemen in ons eigen kikkerlandje en haar niet benoemen tot de tweede Zoetemelk. Ze won namelijk al maar liefst 31 maal dit jaar.
Ze durfde niet aan te gaan, sprak ze achteraf in de microfoon van NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg. ‘ik durfde niet te vroeg aan te gaan in de angst dat ik mezelf op zou blazen, maar toen raakte ik ingesloten en kwam ik net te laat’. En dat was inderdaad wat Vos overkwam, ze liet zich kinderlijk insluiten door Teutenberg en kwam toen net te laat voor de wereldtitel, net als de afgelopen vijf jaar dus.
Dat de vrouwen ’s ochtends druk bezig waren om zich voor te bereiden voor de koers en geen tijd hadden om de attractieve en spannende koers van de junioren te aanschouwen bleek.De koers was namelijk niet om aan te zien. Urenlang zat de wedstrijd op slot en werden de kilometers in rustige draf afgehandeld. Natuurlijk voor een gedeelte te verhalen op het parcours, maar de junioren hadden die ochtend laten zien dat er met veel tactisch vernuft en grote aanvalsdrang veel bereikt kon worden.
Dat Vos het echter niet afmaakt in de massasprint mag ze volledig op zichzelf verhalen. De Nederlandse vrouwen hadden de koers volledig in handen in de finale en zorgden voor een perfecte lead-out voor Vos. Als de winnares van de wereldbeker jou sprint aantrekt dan mag je niet anders dan met je handen in de lucht de streep passeren, al het andere zou voelen als een ongelooflijk groot verlies, en zo geschiedde.
Toch blijft vijf keer op rij 2e en al zes jaar achtereen op het podium een sublieme prestatie. Wat veel mensen vergeten is dat deze vrouw nog maar 24 is en dus haar beste jaren nog in het verschiet liggen. Laat haar volgend jaar revanche nemen in ons eigen kikkerlandje en haar niet benoemen tot de tweede Zoetemelk. Ze won namelijk al maar liefst 31 maal dit jaar.
Een langzaam snelpak
Via het geroemde medium twitter bracht Lars Boom afgelopen week de snelpakken van het merk Bioracer in twijfel. Bioracer is de sponsor van de snelpakken voor o.a. de Nederlandse en Duitse selectie. ´´De jongens die de tijdrit rijden op het WK hebben al een nadeel dat is het snelpak van Bioracer! Schandalig! Is niks snels aan.´´ aldus Lars Boom.
Bioracer doet het geval af als een incident en vraagt Boom openlijk om het probleem en reageert met; "16 medailles tijdens WK baan in Apeldoorn, met onze pakken. Wat is juist het probleem Lars? Dan proberen we je te helpen." Natuurlijk de manier van handelen en communicatie van Boom verdient niet de schoonheidsprijs, maar dat ook Bioracer via twitter reageert getuigd ook niet echt van veel inzicht. Zoiets handel je binnenshuis af, zonder geruzie wat de hele wereld kan lezen.
Toch heeft Lars hier mijn inziens een erg goed punt. Hoewel hij de tijdrit niet rijdt op het WK bekritiseert hij toch het materiaal en dat is zijn goed recht. Alles moet namelijk op en top zijn in de topsport want daarin draait het om procenten. Kijk eens naar die zwempakken van een paar jaar geleden. De wereldrecords vielen bij bosjes en een grote discussie laaide op ten aanzien van de pakken. Nu zijn ze verboden maar ze waren wel innovatief en liet de wereld zien wat voor verschil zo’n pak maakt. Of neem het hele gedoe rondom de schaatspakken vorig jaar. Ook zo’n grote issue, alles om nog sneller en nog beter te kunnen presteren.
Zal ik jullie dan maar een geheimpje vertellen. Niet via twitter maar via deze blog. Die snelpakken van de Duitsers zijn eigenlijk helemaal niet van Bioracer. Er staat een mooi lichtblauw logo op de pakken met ‘Bioracer’en een mooie aardbol ernaast. Maar in werkelijkheid zijn de pakken van een zogenaamde firma genaamd; Smartaerotechnology. En wat Lars Boom tweet, tja dat is onprofessioneel. Maar hij mag toch het beste verlangen van zijn materiaal, daarvoor is hij immers prof en als daar intern niet naar wordt geluisterd, dan maar op deze manier. Want topsport is niet alleen hard fietsen, topsport is ook wetenschap
Bioracer doet het geval af als een incident en vraagt Boom openlijk om het probleem en reageert met; "16 medailles tijdens WK baan in Apeldoorn, met onze pakken. Wat is juist het probleem Lars? Dan proberen we je te helpen." Natuurlijk de manier van handelen en communicatie van Boom verdient niet de schoonheidsprijs, maar dat ook Bioracer via twitter reageert getuigd ook niet echt van veel inzicht. Zoiets handel je binnenshuis af, zonder geruzie wat de hele wereld kan lezen.
Toch heeft Lars hier mijn inziens een erg goed punt. Hoewel hij de tijdrit niet rijdt op het WK bekritiseert hij toch het materiaal en dat is zijn goed recht. Alles moet namelijk op en top zijn in de topsport want daarin draait het om procenten. Kijk eens naar die zwempakken van een paar jaar geleden. De wereldrecords vielen bij bosjes en een grote discussie laaide op ten aanzien van de pakken. Nu zijn ze verboden maar ze waren wel innovatief en liet de wereld zien wat voor verschil zo’n pak maakt. Of neem het hele gedoe rondom de schaatspakken vorig jaar. Ook zo’n grote issue, alles om nog sneller en nog beter te kunnen presteren.
Zal ik jullie dan maar een geheimpje vertellen. Niet via twitter maar via deze blog. Die snelpakken van de Duitsers zijn eigenlijk helemaal niet van Bioracer. Er staat een mooi lichtblauw logo op de pakken met ‘Bioracer’en een mooie aardbol ernaast. Maar in werkelijkheid zijn de pakken van een zogenaamde firma genaamd; Smartaerotechnology. En wat Lars Boom tweet, tja dat is onprofessioneel. Maar hij mag toch het beste verlangen van zijn materiaal, daarvoor is hij immers prof en als daar intern niet naar wordt geluisterd, dan maar op deze manier. Want topsport is niet alleen hard fietsen, topsport is ook wetenschap
Secondje hier, secondje daar
Tsja, ‘wat als’ klinkt toch altijd als het onbekende, het onbereikbare. Als iets wat je heel graag wilt, maar toch nooit zult bereiken. Maar serieus, wat als de Vuelta dit jaar zonder bonificatiesconden was verreden.
Bonificatieseconden creëren toch vaak een strijd binnen een strijd. Het zijn erg veel gratis seconden die de winnaar mee kan pakken op de eindstreep (20, 12 en 8 seconden). Ga het maar eens na, de laatste jaren is het verschil tussen de echte klassementsmannen superklein en zijn de verschillen bergop niet erg groot. Twintig seconden is een gapend gat en als deze ‘gratis’ op te rapen zijn kan dat erg beslissend zijn voor het eindklassement. Je kan winnen, terwijl iemand anders harder fiets, klinkt mooi. Toch?
Nee, bonificatieseconden zijn niet eerlijk in een tijd als deze, waarin de wielrennerij uitblinkt in kleine onderlinge verschillen. Dan Froome, waar komt die ineens vandaan? Hij komt als het ware als een pukkel (want die komen ook uit het niets) bovendrijven en ontdekt zichzelf á la een Jelle Vanendert in de Tour dit jaar. De geboren keniaan offert zich zelf in de rode trui op voor zijn kopman Wiggins maar ontpopt zich daarna als een echte stabiele factor en ontstijgt het niveau van Wiggins. Als Froome zich volledig kon richten op zijn eigen klassement, zonder te werken voor Wiggins was niet Cobo maar hij de winnaar geweest van de Vuelta. Maarja dan heb je hem weer… als, als, als.
Als we dan toch even gaan rekenen, voor het gemak, dan wint Froome deze ronde van Spanje voor Cobo en Wiggins. Alle bonificatieseconden afgetrokken van de eindtijden komen we uit op het volgende klassement; 1.Froome 84h 59' 31'' 2.Cobo acebo á 19 seconden 3.Wiggins á 1’35 4. Mollema á 2’39. Een verschil van leven en dood dus. Maarja, ‘wat als’ bestaat niet!
Bonificatieseconden creëren toch vaak een strijd binnen een strijd. Het zijn erg veel gratis seconden die de winnaar mee kan pakken op de eindstreep (20, 12 en 8 seconden). Ga het maar eens na, de laatste jaren is het verschil tussen de echte klassementsmannen superklein en zijn de verschillen bergop niet erg groot. Twintig seconden is een gapend gat en als deze ‘gratis’ op te rapen zijn kan dat erg beslissend zijn voor het eindklassement. Je kan winnen, terwijl iemand anders harder fiets, klinkt mooi. Toch?
Nee, bonificatieseconden zijn niet eerlijk in een tijd als deze, waarin de wielrennerij uitblinkt in kleine onderlinge verschillen. Dan Froome, waar komt die ineens vandaan? Hij komt als het ware als een pukkel (want die komen ook uit het niets) bovendrijven en ontdekt zichzelf á la een Jelle Vanendert in de Tour dit jaar. De geboren keniaan offert zich zelf in de rode trui op voor zijn kopman Wiggins maar ontpopt zich daarna als een echte stabiele factor en ontstijgt het niveau van Wiggins. Als Froome zich volledig kon richten op zijn eigen klassement, zonder te werken voor Wiggins was niet Cobo maar hij de winnaar geweest van de Vuelta. Maarja dan heb je hem weer… als, als, als.
Als we dan toch even gaan rekenen, voor het gemak, dan wint Froome deze ronde van Spanje voor Cobo en Wiggins. Alle bonificatieseconden afgetrokken van de eindtijden komen we uit op het volgende klassement; 1.Froome 84h 59' 31'' 2.Cobo acebo á 19 seconden 3.Wiggins á 1’35 4. Mollema á 2’39. Een verschil van leven en dood dus. Maarja, ‘wat als’ bestaat niet!
Een Cobo kuurtje
Terwijl de anderen zwoegten, stampten en bijna van hun fiets vielen op de vele gruwelijk steile stukken van de Angliru leek het alsof Juan Jose Cobo in de boter trapte. Met speels gemak won hij de koninginnerit van de Vuelta. Met behulp van wondermiddelen? Of is iets anders de reden van zijn triomftocht.
Of ik implementeer dat Cobo doping gebruikt? Welja, simpel gezegd vertrouw ik niemand die van Saunier-Duval afstamt.. aan de andere kant wil ik de koers ook met enig positivisme bekijken. Toch kun je niet ontkennen dat hij met Ricco en Piepoli in een team reed. Ook de erelijst van Cobo is niet dat je nou zegt; Dat is een mogelijke vuelta-winnaar. Maar hij staat na de belangrijkste etappe van dit jaar toch maar mooi in die rode trui.
Het is dan ook niet raar dat veel mensen vraagtekens zetten bij de prestaties van Cobo. Om alle beschuldigingen toch maar even de grond in te drukken. In 2008 deed Contador de Angliru in 43’08, Cobo deed hem gisteren in 44’04. Een minuut verschil dus. Nee zo als het nu lijkt is dit allemaal puur natuur gegaan. Wat gisteren het grootste struikelblok van veel klassementsrenners was waren die verschrikkelijke percentages, en ja, wat voor verzetten steek je daarbij.
Terwijl een ultraverstandige Cobo omhoog reed met een 34-32 reden velen zich stuk op 38-32 (Wiggins) een 36-28 (Mollema en Fuglsang) en 34-28 ( Froome). Ik hoop dat hun knieën ok zijn. Rabobank lijkt hier echt een kinderfout te hebben begaan. Het is toch echt heel makkelijk! Bel Gesink op, hij is tenslotte ervaringsdeskundige, en vraag hem welk verzet hij aanbeveelt. Nou dan ben je er toch lijkt mij. Mollema moest nu slingerend en stoempend naar boven. Grote kans dat de vuelta beslist is door de keuze van het verzet. Dus nee, Cobo won niet door een wonderdrankje, maar door simpelweg het goeie verzet te steken. Laten we het spaanse slimheid noemen.
Of ik implementeer dat Cobo doping gebruikt? Welja, simpel gezegd vertrouw ik niemand die van Saunier-Duval afstamt.. aan de andere kant wil ik de koers ook met enig positivisme bekijken. Toch kun je niet ontkennen dat hij met Ricco en Piepoli in een team reed. Ook de erelijst van Cobo is niet dat je nou zegt; Dat is een mogelijke vuelta-winnaar. Maar hij staat na de belangrijkste etappe van dit jaar toch maar mooi in die rode trui.
Het is dan ook niet raar dat veel mensen vraagtekens zetten bij de prestaties van Cobo. Om alle beschuldigingen toch maar even de grond in te drukken. In 2008 deed Contador de Angliru in 43’08, Cobo deed hem gisteren in 44’04. Een minuut verschil dus. Nee zo als het nu lijkt is dit allemaal puur natuur gegaan. Wat gisteren het grootste struikelblok van veel klassementsrenners was waren die verschrikkelijke percentages, en ja, wat voor verzetten steek je daarbij.
Terwijl een ultraverstandige Cobo omhoog reed met een 34-32 reden velen zich stuk op 38-32 (Wiggins) een 36-28 (Mollema en Fuglsang) en 34-28 ( Froome). Ik hoop dat hun knieën ok zijn. Rabobank lijkt hier echt een kinderfout te hebben begaan. Het is toch echt heel makkelijk! Bel Gesink op, hij is tenslotte ervaringsdeskundige, en vraag hem welk verzet hij aanbeveelt. Nou dan ben je er toch lijkt mij. Mollema moest nu slingerend en stoempend naar boven. Grote kans dat de vuelta beslist is door de keuze van het verzet. Dus nee, Cobo won niet door een wonderdrankje, maar door simpelweg het goeie verzet te steken. Laten we het spaanse slimheid noemen.
Bauke 2.0
Wat is dat toch met Nederlandse wielerprofs. Ze lijken allemaal zo op de een ideale schoonzoon, zo ook bij Bauke Mollema, of toch niet?
Hoewel Mollema pas laat begon met wielrennen ( 18 jaar) heeft het hem niet geschaad in zijn ontwikkeling als wielrenner. Vorig jaar werd hij 12e in het eindklassement van de giro, op dit moment staat hij zesde in de algemene rangschikking van de Ronde van Spanje, op slechts zevenendertig seconden van leider Bradley Wiggins. Het lijkt de verhaallijn van een spannend jongensboek.
Als ik Mollema een interview zie geven kan ik meestal een lach niet onderdrukken. Ik heb toch altijd het idee dat ik naar een dromerige dichter zit te luisteren die vertelt dat koeien in de wei grazen en hoe het leven op een boerderij is. Toch zegt hij vaak zinnige dingen, zij het in een nuchtere vorm. Hoe nuchter en dromerig Mollema tijdens de interviews is, zo scherp, attent en explosief is hij in de koers.
Opvallend is dat er eindelijk eens een Nederlandse klassementsrenner is die wel net voor de breuk van het peloton zit bij een pelotonsprint, die bonificatiesprints kan winnen en op supersteile aankomsten met de beste mee kan. In een ronde als de vuelta, waar bonificatieseconden een grote rol spelen, is dat essentieel. Als hij kan aanpikken op de Angliru komende zondag, is hij podiumkandidaat.
Eigenlijk is alles aan Bauke Mollema wel een beetje lelijk. Soigneer rondrijden maakt hem niet zo veel uit. Een kek stuurlintje? Ga toch weg! Nieuw materiaal? Laat maar gaan! En terwijl Robert Gesink zweert bij wattages en inspanningstesten kletst Bauke liever over een nieuwe film of een goed boek. In de Tour reed hij als ongeveer enige raborenner optimistisch rond. Na ziekte in de eerste week kwam hij net te kort voor een etappezege. Om daarna natuurlijk weer broodnuchter bij de microfoon te staan. Je blijft toch de ideale schoonzoon. Oja en dat jongensboek, dat heet ‘’Bauke Mollema en de rode trui’’ en ligt vanaf 12 september in de schappen.
Hoewel Mollema pas laat begon met wielrennen ( 18 jaar) heeft het hem niet geschaad in zijn ontwikkeling als wielrenner. Vorig jaar werd hij 12e in het eindklassement van de giro, op dit moment staat hij zesde in de algemene rangschikking van de Ronde van Spanje, op slechts zevenendertig seconden van leider Bradley Wiggins. Het lijkt de verhaallijn van een spannend jongensboek.
Als ik Mollema een interview zie geven kan ik meestal een lach niet onderdrukken. Ik heb toch altijd het idee dat ik naar een dromerige dichter zit te luisteren die vertelt dat koeien in de wei grazen en hoe het leven op een boerderij is. Toch zegt hij vaak zinnige dingen, zij het in een nuchtere vorm. Hoe nuchter en dromerig Mollema tijdens de interviews is, zo scherp, attent en explosief is hij in de koers.
Opvallend is dat er eindelijk eens een Nederlandse klassementsrenner is die wel net voor de breuk van het peloton zit bij een pelotonsprint, die bonificatiesprints kan winnen en op supersteile aankomsten met de beste mee kan. In een ronde als de vuelta, waar bonificatieseconden een grote rol spelen, is dat essentieel. Als hij kan aanpikken op de Angliru komende zondag, is hij podiumkandidaat.
Eigenlijk is alles aan Bauke Mollema wel een beetje lelijk. Soigneer rondrijden maakt hem niet zo veel uit. Een kek stuurlintje? Ga toch weg! Nieuw materiaal? Laat maar gaan! En terwijl Robert Gesink zweert bij wattages en inspanningstesten kletst Bauke liever over een nieuwe film of een goed boek. In de Tour reed hij als ongeveer enige raborenner optimistisch rond. Na ziekte in de eerste week kwam hij net te kort voor een etappezege. Om daarna natuurlijk weer broodnuchter bij de microfoon te staan. Je blijft toch de ideale schoonzoon. Oja en dat jongensboek, dat heet ‘’Bauke Mollema en de rode trui’’ en ligt vanaf 12 september in de schappen.
Yell(ow) for Cadel
Cadel Evans.. Ik heb hem eigenlijk nooit gemogen. Maargoed, hij wint nu dus de Tour, wat natuurlijk een grootse prestatie is. Met een Tour die in het teken stond van valpartijen, het letterlijk uitvallen van kopmannen en een Contador uit vorm nam Evans de koers op zijn schouders en overwon. Toch knap voor zo’n onsympathieke Australier, want dat vind ik hem.
Evans is een vervelend mannetje. Lang had hij een persoonlijke bodyguard die de media en andere mensen bij hem weghield. Veel hielp het niet. Cadel heeft inmiddels een aardig strafblad opgebouwd. Een klap tegen een toeschouwer, een kopstoot tegen camera’s en mensen, flesjes water over concurrenten gooien om daarna doodleuk te zeggen dat het per ongeluk ging. Niet erg professioneel als je het mij vraagt. En als je Evans hoort praten zoek je bovenstaande dingen toch echt niet achter hem. Achter die jankende jongetjesstem gaat toch een arrogante topsporter schuil. Toch heeft Evans alles voor zijn sport over, aan elk detail is gedacht. En een ding moet ik hem nageven, als je wereldkampioen wordt ben je geen pannekoek.
Eigenlijk is alles aan Evans veranderd na zijn zege in Mendrisio. Hij evolueerde van wieltjeszuiger naar een aanvaller met klasse. Met zeges in de Waalse pijl, de Giro en Tirreno Adriatico breidde hij zijn palmares eindelijk uit. En nu, na twee tweede plaatsen in de Tour, brengt hij de gele trui naar Parijs, Finally! En hij heeft zijn tourzege zeker niet gestolen. Waar hij in het verleden vooral uitblonk in plakken en profiteren van anderen nam hij nu zelf het heft in handen en reed eigenhandig de hele favorietengroep naar de kloten op de Galibier. Op Alpe D’Huez verloor hij bijna geen tijd en zo kon hij het in de tijdrit afmaken.
Toen ik in 2008 op Alpe D’Huez stond tijdens de Tour waren daar uiteraard ook Australische supporters. Daar begon eigenlijk mijn anti-Cadel toestand. Ze hadden grote vlaggen met teksten als ‘’Yell for Cadel’’, die dan ook op een prachtige homo-erotische manier met een australisch accent werden toegeschreeuwd. Niet echt mijn manier van supporteren, maar vooruit. Het is nu eindelijk yellow for Cadel en dat gun ik hem ook. Alles beter dan Titi Voeckler.
Evans is een vervelend mannetje. Lang had hij een persoonlijke bodyguard die de media en andere mensen bij hem weghield. Veel hielp het niet. Cadel heeft inmiddels een aardig strafblad opgebouwd. Een klap tegen een toeschouwer, een kopstoot tegen camera’s en mensen, flesjes water over concurrenten gooien om daarna doodleuk te zeggen dat het per ongeluk ging. Niet erg professioneel als je het mij vraagt. En als je Evans hoort praten zoek je bovenstaande dingen toch echt niet achter hem. Achter die jankende jongetjesstem gaat toch een arrogante topsporter schuil. Toch heeft Evans alles voor zijn sport over, aan elk detail is gedacht. En een ding moet ik hem nageven, als je wereldkampioen wordt ben je geen pannekoek.
Eigenlijk is alles aan Evans veranderd na zijn zege in Mendrisio. Hij evolueerde van wieltjeszuiger naar een aanvaller met klasse. Met zeges in de Waalse pijl, de Giro en Tirreno Adriatico breidde hij zijn palmares eindelijk uit. En nu, na twee tweede plaatsen in de Tour, brengt hij de gele trui naar Parijs, Finally! En hij heeft zijn tourzege zeker niet gestolen. Waar hij in het verleden vooral uitblonk in plakken en profiteren van anderen nam hij nu zelf het heft in handen en reed eigenhandig de hele favorietengroep naar de kloten op de Galibier. Op Alpe D’Huez verloor hij bijna geen tijd en zo kon hij het in de tijdrit afmaken.
Toen ik in 2008 op Alpe D’Huez stond tijdens de Tour waren daar uiteraard ook Australische supporters. Daar begon eigenlijk mijn anti-Cadel toestand. Ze hadden grote vlaggen met teksten als ‘’Yell for Cadel’’, die dan ook op een prachtige homo-erotische manier met een australisch accent werden toegeschreeuwd. Niet echt mijn manier van supporteren, maar vooruit. Het is nu eindelijk yellow for Cadel en dat gun ik hem ook. Alles beter dan Titi Voeckler.
De Tour ontgroeid zichzelf
Op de eerste rustdag van de Tour 2011 likken de meeste renners hun wonden en wordt de schade opgemaakt.
Persauto’s, ploegleidersauto’s, gastenwagens, reclame-auto’s, fotografen op motoren, cameramotoren. Er is teveel verkeer in de Tour aanwezig. Al twee ongelukken kwamen tot stand door de schuld van de media. Zondag werd Johnny Hoogerland werkelijk gekatapulteerd bij een aanrijding van een auto van de Franse televisie. Die auto had, en gaat u er maar eens goed voor zitten ja, ‘reserveonderdelen voor de live-uitzending’ bij zich. Het moet toch niet gekker worden, wat moet die auto daar in hemelsnaam. Natuurlijk, er rijden al jaren auto’s in de koers, maar het worden er elke keer meer, en dit wordt te massaal. De Tour wordt groter dan zijn renners, en dat kan niet.
Na een week lijkt dit al de meest bizarre Tour ooit te gaan worden. Er is nog nauwelijks geduelleerd tussen de kopmannen maar de verschillen zijn al behoorlijk, en het aantal favorieten voor de top-vijf is meer dan gehalveerd. Wat een mooie aanloop leek te zijn werd een grote afvalrace, waarin pech Dé bepalende factor was. Als Andy overeind blijft hoeft hij de Tourzege alleen maar op te rapen.
Er moet iets veranderen in de Tour, en wel nu. Schrap toch die gastenwagens ten eerste. Die mensen hebben meestal niks met het wielrennen, zien geen flikker van de koers en drinken champagne in de auto. Dat kan ook in een sjiek hotel in de finishplaats meneer Prudhomme. Dan het aantal om fotografen in koers, laat die eerst maar eens een test doen om in een peloton te kunnen rijden. En daarbij het parcours. Dat is te commercieel ingesteld. Het lijkt een grote propaganda voor de mooiste omgevingen en steden van Frankrijk en alles moet daar voor wijken, dus ook goed begaanbare wegen en veilige passages. Ook het peloton kan kleiner, nu rijden er zo’n 200 renners over Franse wegen. Maak daar 150 van en het wordt waarschijnlijk een stuk minder nerveus in de koers. Natuurlijk blijven de renners verantwoordelijk voor zichzelf. Zij zitten op de fiets en op die fiets zitten remmen, maar ongelukken al s deze kun je ook afdwingen, zoals de Tourdirectie nu heeft gedaan.
Johhny heeft in ieder geval erg veel geluk gehad, als je dat zo mag stellen. Stel je voor dat onze Johnny net iets anders in de prikkeldraad land en zijn nek opensnijd, of met zijn hoofd tegen het betonnen paaltje tien centimeter verderop was gekomen. ‘Maar’ 33 hechtingen zitten nu in zijn lichaam, waarvan de meeste in die afgetrainde poten van hem. Hij stapt vandaag overigens gewoon weer op, want Johnny is geen voetballer, maar wielrenner. Go Johnny Gooo Gooo!
Persauto’s, ploegleidersauto’s, gastenwagens, reclame-auto’s, fotografen op motoren, cameramotoren. Er is teveel verkeer in de Tour aanwezig. Al twee ongelukken kwamen tot stand door de schuld van de media. Zondag werd Johnny Hoogerland werkelijk gekatapulteerd bij een aanrijding van een auto van de Franse televisie. Die auto had, en gaat u er maar eens goed voor zitten ja, ‘reserveonderdelen voor de live-uitzending’ bij zich. Het moet toch niet gekker worden, wat moet die auto daar in hemelsnaam. Natuurlijk, er rijden al jaren auto’s in de koers, maar het worden er elke keer meer, en dit wordt te massaal. De Tour wordt groter dan zijn renners, en dat kan niet.
Na een week lijkt dit al de meest bizarre Tour ooit te gaan worden. Er is nog nauwelijks geduelleerd tussen de kopmannen maar de verschillen zijn al behoorlijk, en het aantal favorieten voor de top-vijf is meer dan gehalveerd. Wat een mooie aanloop leek te zijn werd een grote afvalrace, waarin pech Dé bepalende factor was. Als Andy overeind blijft hoeft hij de Tourzege alleen maar op te rapen.
Er moet iets veranderen in de Tour, en wel nu. Schrap toch die gastenwagens ten eerste. Die mensen hebben meestal niks met het wielrennen, zien geen flikker van de koers en drinken champagne in de auto. Dat kan ook in een sjiek hotel in de finishplaats meneer Prudhomme. Dan het aantal om fotografen in koers, laat die eerst maar eens een test doen om in een peloton te kunnen rijden. En daarbij het parcours. Dat is te commercieel ingesteld. Het lijkt een grote propaganda voor de mooiste omgevingen en steden van Frankrijk en alles moet daar voor wijken, dus ook goed begaanbare wegen en veilige passages. Ook het peloton kan kleiner, nu rijden er zo’n 200 renners over Franse wegen. Maak daar 150 van en het wordt waarschijnlijk een stuk minder nerveus in de koers. Natuurlijk blijven de renners verantwoordelijk voor zichzelf. Zij zitten op de fiets en op die fiets zitten remmen, maar ongelukken al s deze kun je ook afdwingen, zoals de Tourdirectie nu heeft gedaan.
Johhny heeft in ieder geval erg veel geluk gehad, als je dat zo mag stellen. Stel je voor dat onze Johnny net iets anders in de prikkeldraad land en zijn nek opensnijd, of met zijn hoofd tegen het betonnen paaltje tien centimeter verderop was gekomen. ‘Maar’ 33 hechtingen zitten nu in zijn lichaam, waarvan de meeste in die afgetrainde poten van hem. Hij stapt vandaag overigens gewoon weer op, want Johnny is geen voetballer, maar wielrenner. Go Johnny Gooo Gooo!
Smeets betrapt op nieuwe dopingvariant
Het was wachten op het eerste dopinggeval voor de Tour. Niet de epo-dosissen van Wim Vansevenant of de ampullen van een BMC-verzorger waren het eerste rake nieuws dit jaar. Zelfs een onderzoek in de teambus van Quick-step verstomde bij het grootste nieuws van de zomer. Mart Smeets, presentator van onder meer de ‘avondetappe’, is twee jaar geschorst wegens EGO-gebruik. Smeets zelf ontkent in alle toonaarden; “Ik heb van nature gewoon een enorm ego.” De UCI heeft de zaak in verder onderzoek.
Of je van EGO beter gaat presenteren is niet bekend, al lijkt dit bij Smeets niet het geval. Zo vlak voor de Tour is er altijd wel een dopinggeval hier en daar. Smeets stond echter al lange tijd onder verdenking bij de UCI. Hij vertoonde namelijk al meerdere symptomen van EGO-gebruik en ook zijn bloedwaardes bleken een verdacht hoog EGO-gehalte te bevatten. Bijkomstigheden van EGO-gebruik zijn een verhoogd vetpercentage (en een beeldvullende omvang), Dissociatieve identiteitsstoornissen oftewel schizofrenie( spreken in de ‘WE’- vorm), grootheidswaanzin en het denken een ‘god’ te zijn. Bij Smeets vielen al deze symptomen erg op maar toch werd er niet getwijfeld aan zijn presteren. Nu komt daar dus verandering in. ‘’Hij zal zeker gestraft worden, zegt Jan de Jong, Algemeen directeur van de NOS. Voor nu wordt hij op non-actief gesteld’’.
Smeets, in het peloton ook wel bekend als ‘egocentrische dinosaurus’, gaat de zaak aanvechten. ‘’Ik heb niet gebruik en zal ook nooit gebruiken, verder heb ik op dit moment niks te zeggen, en ja dat mag ik zeggen ja!’’ Zijn programma ‘de avondetappe’ verliest opvallend veel kijkers dit jaar. Zij lijken allemaal af te stemmen op RTL Tour du Jour, met cultheld Gert Jakobs en elke aflevering wat leuke ‘items’. Zwakke schakel in het programma lijkt Danny Nelissen, maar dat mag niet deren. Ze weten een leuk, laagdrempelig programma te maken over het wielrennen. Maarten Ducrot, commentator bij de NOS, over RTL Tour du Jour; ‘’Nu maar hopen dat ze daar wel schoon presteren, anders weet ik niet of het nog wel goed komt’’.
Of dit einde carrière is voor Smeets durft niemand te zeggen, maar hij zit toch al tegen zijn max aan. Mart komt echter altijd uit onverwachte hoek weer opduiken. Eerst maar eens afwachten wat de UCI doet met de zaak ‘Smeets’. Als hij twee jaar geschorst wordt lijkt dat het einde van een jarenlange hegemonie in de Tour-uitzendingen. Over het algemeen kan Smeets tevreden zijn over zijn carrière, hij was vaak van alle markten thuis. Zijn specialiteiten waren; iemand interrumperen, wijn drinken en naar zichzelf luisteren.
De enige reden waarom ik volgende week nog ga afstemmen op de ‘Avondetappe’ is Thijs Zonneveld, hij schuift vanaf donderdag aan bij Mart. A demain.
Of je van EGO beter gaat presenteren is niet bekend, al lijkt dit bij Smeets niet het geval. Zo vlak voor de Tour is er altijd wel een dopinggeval hier en daar. Smeets stond echter al lange tijd onder verdenking bij de UCI. Hij vertoonde namelijk al meerdere symptomen van EGO-gebruik en ook zijn bloedwaardes bleken een verdacht hoog EGO-gehalte te bevatten. Bijkomstigheden van EGO-gebruik zijn een verhoogd vetpercentage (en een beeldvullende omvang), Dissociatieve identiteitsstoornissen oftewel schizofrenie( spreken in de ‘WE’- vorm), grootheidswaanzin en het denken een ‘god’ te zijn. Bij Smeets vielen al deze symptomen erg op maar toch werd er niet getwijfeld aan zijn presteren. Nu komt daar dus verandering in. ‘’Hij zal zeker gestraft worden, zegt Jan de Jong, Algemeen directeur van de NOS. Voor nu wordt hij op non-actief gesteld’’.
Smeets, in het peloton ook wel bekend als ‘egocentrische dinosaurus’, gaat de zaak aanvechten. ‘’Ik heb niet gebruik en zal ook nooit gebruiken, verder heb ik op dit moment niks te zeggen, en ja dat mag ik zeggen ja!’’ Zijn programma ‘de avondetappe’ verliest opvallend veel kijkers dit jaar. Zij lijken allemaal af te stemmen op RTL Tour du Jour, met cultheld Gert Jakobs en elke aflevering wat leuke ‘items’. Zwakke schakel in het programma lijkt Danny Nelissen, maar dat mag niet deren. Ze weten een leuk, laagdrempelig programma te maken over het wielrennen. Maarten Ducrot, commentator bij de NOS, over RTL Tour du Jour; ‘’Nu maar hopen dat ze daar wel schoon presteren, anders weet ik niet of het nog wel goed komt’’.
Of dit einde carrière is voor Smeets durft niemand te zeggen, maar hij zit toch al tegen zijn max aan. Mart komt echter altijd uit onverwachte hoek weer opduiken. Eerst maar eens afwachten wat de UCI doet met de zaak ‘Smeets’. Als hij twee jaar geschorst wordt lijkt dat het einde van een jarenlange hegemonie in de Tour-uitzendingen. Over het algemeen kan Smeets tevreden zijn over zijn carrière, hij was vaak van alle markten thuis. Zijn specialiteiten waren; iemand interrumperen, wijn drinken en naar zichzelf luisteren.
De enige reden waarom ik volgende week nog ga afstemmen op de ‘Avondetappe’ is Thijs Zonneveld, hij schuift vanaf donderdag aan bij Mart. A demain.
''spuitjes van 1ml''
Voor één man uit Dirkshorn is dit een speciale week. Hij presenteert een boek (‘Schoon genoeg’) en er wordt een documentaire uitgezonden over zijn leven (‘Niemand kent mij ‘). Wat is er dan zo speciaal aan het leven van een man uit Dirskhorn zal je denken. Wel, het is het leven van Thomas Dekker, één van Nederlands grootste wielertalenten ooit. Over precies tien dagen mag hij zich weer ‘renner’ noemen, als zijn tweejarige schorsing afloopt.
Fascinerend zijn de verhalen over de eindeloze duurtraining die hij als junior al achter de brommer maakte. Honderdentachtig kilometers trapte hij dan met gemak weg, om daarna fluitend zijn koersjes te winnen. Normaal in het peloton rijden kon hij echter niet. Durfde die niet. Hij reed achteraan, of hij reed solo naar de overwinning en dat laatste kwam nogal eens voor.
Vlak voor de Tour van 2009 wordt hij positief bevonden bij een nacontrole van een staal uit 2007. Een tweejarige schorsing volgt. ‘’Het waren spuitjes van 1ml, echt wonderspul’’, aldus Dekker.
Daarna doet hij wat elke dopingzondaar wil, alle shit van zich afschrijven en praten en met een schone lei beginnen. Ja toch. Over hoe, waar en hoe vaak hij gebruikte kom je weinig te weten in zijn boek, hij steekt de hand in eigen boezem. En dat is volledig terecht. Het is nou eenmaal zo dat je als dopingzondaar maar beter uitgebreid je excuses kan maken en pleit voor een schone sport. Dan wordt je tenminste nog een beetje geaccepteerd als je terugkeert in dat peloton.
Toch staat Dekker te boek als een ‘moeilijk’ mannetje. Wat te denken van uitspraken als ''Vedettes worden niet gemaakt, die worden geboren’ of ‘’Moet ik dan zeggen; doe mijn salaris maar door de helft? Nee, natuurlijk niet, ik geniet van het leven en hou van dure auto’s, mag dat? Volgens het Nederlandse publiek blijkbaar niet, jaloezie noem ik het’’.
Hij ging in Italië wonen en trainen onder begeleiding van de omstreden trainer Luigi Checcini en kocht mooie maar vooral dure auto’s. ''Toen ik een Porsche wilde kopen belde Erik dekker me op. Of ik het niet wilde doen. Volgens hem was dat denigrerend richting mijn ploeggenoten. Wat een flauwekul. Wat hebben mijn ploeggenoten te maken met mijn auto? Waarom mag ik niet met mijn geld doen wat ik wil? Al had ik er een lening voor moeten afsluiten: ik wilde heel graag zo'n Porsche hebben. Ik hou wel een beetje van show. Waarom is het zo erg als ik mijn nek uitsteek?’’
Na maanden van uitgaan, vrouwen en drank focust de langharige Dekker zich weer op trainen, rusten en eten, wielrennen dus. Nu is het wachten op een ploeg die hem een contract aanbiedt. Ik ben in ieder geval nog steeds fan. Van zijn extravagante karakter, zijn benen, zijn auto’s, zijn manier van koersen, zijn stijl. Alles is mooi aan Thomas Dekker. The wonderchild is back.
Fascinerend zijn de verhalen over de eindeloze duurtraining die hij als junior al achter de brommer maakte. Honderdentachtig kilometers trapte hij dan met gemak weg, om daarna fluitend zijn koersjes te winnen. Normaal in het peloton rijden kon hij echter niet. Durfde die niet. Hij reed achteraan, of hij reed solo naar de overwinning en dat laatste kwam nogal eens voor.
Vlak voor de Tour van 2009 wordt hij positief bevonden bij een nacontrole van een staal uit 2007. Een tweejarige schorsing volgt. ‘’Het waren spuitjes van 1ml, echt wonderspul’’, aldus Dekker.
Daarna doet hij wat elke dopingzondaar wil, alle shit van zich afschrijven en praten en met een schone lei beginnen. Ja toch. Over hoe, waar en hoe vaak hij gebruikte kom je weinig te weten in zijn boek, hij steekt de hand in eigen boezem. En dat is volledig terecht. Het is nou eenmaal zo dat je als dopingzondaar maar beter uitgebreid je excuses kan maken en pleit voor een schone sport. Dan wordt je tenminste nog een beetje geaccepteerd als je terugkeert in dat peloton.
Toch staat Dekker te boek als een ‘moeilijk’ mannetje. Wat te denken van uitspraken als ''Vedettes worden niet gemaakt, die worden geboren’ of ‘’Moet ik dan zeggen; doe mijn salaris maar door de helft? Nee, natuurlijk niet, ik geniet van het leven en hou van dure auto’s, mag dat? Volgens het Nederlandse publiek blijkbaar niet, jaloezie noem ik het’’.
Hij ging in Italië wonen en trainen onder begeleiding van de omstreden trainer Luigi Checcini en kocht mooie maar vooral dure auto’s. ''Toen ik een Porsche wilde kopen belde Erik dekker me op. Of ik het niet wilde doen. Volgens hem was dat denigrerend richting mijn ploeggenoten. Wat een flauwekul. Wat hebben mijn ploeggenoten te maken met mijn auto? Waarom mag ik niet met mijn geld doen wat ik wil? Al had ik er een lening voor moeten afsluiten: ik wilde heel graag zo'n Porsche hebben. Ik hou wel een beetje van show. Waarom is het zo erg als ik mijn nek uitsteek?’’
Na maanden van uitgaan, vrouwen en drank focust de langharige Dekker zich weer op trainen, rusten en eten, wielrennen dus. Nu is het wachten op een ploeg die hem een contract aanbiedt. Ik ben in ieder geval nog steeds fan. Van zijn extravagante karakter, zijn benen, zijn auto’s, zijn manier van koersen, zijn stijl. Alles is mooi aan Thomas Dekker. The wonderchild is back.
Piekerdepiek
Zeven weken pieken, je topvorm behouden, kan dat?
Als je de Tour de France wilt winnen moet je daar tegenwoordig je hele seizoen op afstemmen. Het hele jaar door ‘goed’ zijn, zoals Eddy Merckx dat kon, kan allang niet meer. Alles moet in het teken staan van de Tour. Zo hebben de meeste topfavorieten nog maar weinig koersdagen in hun benen voordat ze op 2 Juli aan de eerste etappe van de Ronde van Frankrijk beginnen. Cadel Evans (27 koersdagen), Bradley Wiggins (37 koersdagen), Samuel Sanchez (32 koersdagen), Robert Gesink en Jurgen van den Broeck (31 koersdagen).
Over die laatste las ik afgelopen dinsdag een artikeltje op Sporza.be. Niets bijzonders zou je zo zeggen. De Belg kreeg veel aandacht van de Belgische pers na zijn eerste zege bij de profs in de Dauphiné. Toch fronste ik mijn wenkbrauwen bij het lezen van het volgende; ik citeer "Want je kunt je afvragen of Jurgen niet te vroeg in vorm is. Maar dan is het aan ons om zijn vorm zo te houden. We hebben de laatste zes weken heel goed gewerkt, het vertrouwen is er. Nu moeten we rustig blijven voortwerken en de voeten op de grond houden."
"Ons programma van de komende weken blijf hetzelfde, tot aan het BK. Nog beter worden hoeft niet, we moeten zijn niveau gewoon zo proberen te houden."
Van den Broeck is dus blijkbaar al op het niveau waar hij wil zijn voor de Tour. Is dat niet een beetje vroeg? Pieken in Juni terwijl je in Juli goed wil zijn kan echter niet. Het is nog vier weken tot de Tour, die drie weken duurt. Dat betekend dat de jonge Belg zijn ‘topvorm’ nog zo’n zeven weken moet zien te behouden. Schier onmogelijk. Na de Dauphiné gaat hij nog een week op hoogtestage en heeft hij net voor de Tour nog het BK.
Is het dan de bedoeling om de Dauphine als een zandzak te gaan rijden? Nee, helemaal niet. Gesink rijdt lekker achterin het peloton, weg van de stress, weg van het gevaar. De tijdrit, die overigens in de Tour over precies hetzelfde parcours zal worden verreden, gebruikte hij als test. De rest van de etappes zal hij relatief rustig aan gaan doen, misschien nog één of twee keer bergop kijken hoe het voelt, maar dat is het dan ook. Sparen en vooral niet te gek doen, dat is de Dauphiné.
De vraag is dus of van den Broeck gaat winnen in Juni en verliezen in Juli? We gaan het zien!
Als je de Tour de France wilt winnen moet je daar tegenwoordig je hele seizoen op afstemmen. Het hele jaar door ‘goed’ zijn, zoals Eddy Merckx dat kon, kan allang niet meer. Alles moet in het teken staan van de Tour. Zo hebben de meeste topfavorieten nog maar weinig koersdagen in hun benen voordat ze op 2 Juli aan de eerste etappe van de Ronde van Frankrijk beginnen. Cadel Evans (27 koersdagen), Bradley Wiggins (37 koersdagen), Samuel Sanchez (32 koersdagen), Robert Gesink en Jurgen van den Broeck (31 koersdagen).
Over die laatste las ik afgelopen dinsdag een artikeltje op Sporza.be. Niets bijzonders zou je zo zeggen. De Belg kreeg veel aandacht van de Belgische pers na zijn eerste zege bij de profs in de Dauphiné. Toch fronste ik mijn wenkbrauwen bij het lezen van het volgende; ik citeer "Want je kunt je afvragen of Jurgen niet te vroeg in vorm is. Maar dan is het aan ons om zijn vorm zo te houden. We hebben de laatste zes weken heel goed gewerkt, het vertrouwen is er. Nu moeten we rustig blijven voortwerken en de voeten op de grond houden."
"Ons programma van de komende weken blijf hetzelfde, tot aan het BK. Nog beter worden hoeft niet, we moeten zijn niveau gewoon zo proberen te houden."
Van den Broeck is dus blijkbaar al op het niveau waar hij wil zijn voor de Tour. Is dat niet een beetje vroeg? Pieken in Juni terwijl je in Juli goed wil zijn kan echter niet. Het is nog vier weken tot de Tour, die drie weken duurt. Dat betekend dat de jonge Belg zijn ‘topvorm’ nog zo’n zeven weken moet zien te behouden. Schier onmogelijk. Na de Dauphiné gaat hij nog een week op hoogtestage en heeft hij net voor de Tour nog het BK.
Is het dan de bedoeling om de Dauphine als een zandzak te gaan rijden? Nee, helemaal niet. Gesink rijdt lekker achterin het peloton, weg van de stress, weg van het gevaar. De tijdrit, die overigens in de Tour over precies hetzelfde parcours zal worden verreden, gebruikte hij als test. De rest van de etappes zal hij relatief rustig aan gaan doen, misschien nog één of twee keer bergop kijken hoe het voelt, maar dat is het dan ook. Sparen en vooral niet te gek doen, dat is de Dauphiné.
De vraag is dus of van den Broeck gaat winnen in Juni en verliezen in Juli? We gaan het zien!
Dodelijke sensatiezucht
Één woord; sensatiezucht. Zo vallen de parcoursbouwers van de Giro het beste te omschrijven. En wat die zoektocht naar sensatie tot nu toe oplevert? Één dode!
Maandag 9 mei sterft Wouter Weylandt (26) aan de gevolgen van een gruwelijke val in de afdaling van de Passo del Brocco , hij raakt met zijn pedaal een muurtje, wordt op het asfalt gesmeten en is op slag dood. Toch wordt er nog getracht Weylandt te reanimeren, na een uur is het voor bijna iedereen toch wel duidelijk, weer een dodelijk ongeluk in de wielerwereld. Zijn eigen schuld? Of ook een beetje van anderen.
‘’Ik vind het te gevaarlijk, er wordt te nerveus gekoerst’’, deze sms stuurde Weylandt vlak voor de derde etappe naar zijn manager, de etappe die hem uiteindelijk fataal zou worden. Een voorbode voor wat komen zou.
Spektakel is mooi, niemand heeft bezwaar tegen prachtige beklimmingen, historische gevechten bergop, snelle sprints en eindeloze ontsnappingen, maar het moet wel binnen de perken blijven, en de Giro-organisatie gaat dit jaar VER over de grens. Natuurlijk is het na de dood van Weylandt makkelijk praten voor de critici, maar dit kon je wel verwachten. Je kunt het gevaar ook ‘opzoeken’. Wat moet er in hemelsnaam door de gedachtes zijn gegaan van de parcoursbouwers toen ze de Monte Crostis gingen verkennen in de auto. ‘’Als we hier en daar wat vangnetten plaatsen kan deze afdaling er best in’’. Vangnetten dus, zegt dat niet al genoeg. Ook de Passa del Brocco, de afdaling waarin Weylandt om het leven kwam, stond te boek als ‘molto dificile’. Grote vraag; waarom zo’n afdaling in de altijd nerveuze eerste week stoppen, het is vragen om problemen.
In alles gaat de Giro-organisatie een stapje verder dan de andere grote ronden. Toch zal het nu even goed achter haar oren moeten krabben, willen we hiermee doorgaan. Het zou goed zijn om als volledig peloton de gevaarlijkste etappe in wandeltempo af te werken, als vorm van protest. Natuurlijk hoort gevaar bij de wielersport, anders zou het geen wielrennen zijn. Maar dit is een kritiek punt, is dit sport? Of overleven.
Natuurlijk kan de schuld niet naar de Giro-organisatie toegeschoven worden, ongelukken in het wielrennen zijn niet te voorkomen. De enige manier om dat te voorkomen zou je het wielrennen moeten verbieden. Gisteren werd er prachtig stilgestaan bij Weylandts dood. De 216 kilometer lange etappe werd een groot eerbetoon aan de jonge Belg. Leopard Trek kwam met Farrar in de gelederen als eerst over de streep, hevig geëmotioneerd, samen met veel mensen thuis waarschijnlijk.
Weylandt won exact een jaar geleden ook de derde etappe in de Giro, symbolisch als het is sterft hij ook in de derde etappe, een jaar later. Een groot talent was het, die eindelijk voor zijn eigen kans kon gaan bij Leopard. Hij was aanvankelijk niet eens opgesteld voor de Giro, maar hij verving de geblesseerde Bennati. Op 26 September zou hij vader worden, trots als hij al was.
De zoektocht naar sensatie blijkt de kortste weg naar de dood, jammer dat er eerst een dode moet vallen voordat dat duidelijk is.
Maandag 9 mei sterft Wouter Weylandt (26) aan de gevolgen van een gruwelijke val in de afdaling van de Passo del Brocco , hij raakt met zijn pedaal een muurtje, wordt op het asfalt gesmeten en is op slag dood. Toch wordt er nog getracht Weylandt te reanimeren, na een uur is het voor bijna iedereen toch wel duidelijk, weer een dodelijk ongeluk in de wielerwereld. Zijn eigen schuld? Of ook een beetje van anderen.
‘’Ik vind het te gevaarlijk, er wordt te nerveus gekoerst’’, deze sms stuurde Weylandt vlak voor de derde etappe naar zijn manager, de etappe die hem uiteindelijk fataal zou worden. Een voorbode voor wat komen zou.
Spektakel is mooi, niemand heeft bezwaar tegen prachtige beklimmingen, historische gevechten bergop, snelle sprints en eindeloze ontsnappingen, maar het moet wel binnen de perken blijven, en de Giro-organisatie gaat dit jaar VER over de grens. Natuurlijk is het na de dood van Weylandt makkelijk praten voor de critici, maar dit kon je wel verwachten. Je kunt het gevaar ook ‘opzoeken’. Wat moet er in hemelsnaam door de gedachtes zijn gegaan van de parcoursbouwers toen ze de Monte Crostis gingen verkennen in de auto. ‘’Als we hier en daar wat vangnetten plaatsen kan deze afdaling er best in’’. Vangnetten dus, zegt dat niet al genoeg. Ook de Passa del Brocco, de afdaling waarin Weylandt om het leven kwam, stond te boek als ‘molto dificile’. Grote vraag; waarom zo’n afdaling in de altijd nerveuze eerste week stoppen, het is vragen om problemen. In alles gaat de Giro-organisatie een stapje verder dan de andere grote ronden. Toch zal het nu even goed achter haar oren moeten krabben, willen we hiermee doorgaan. Het zou goed zijn om als volledig peloton de gevaarlijkste etappe in wandeltempo af te werken, als vorm van protest. Natuurlijk hoort gevaar bij de wielersport, anders zou het geen wielrennen zijn. Maar dit is een kritiek punt, is dit sport? Of overleven.
Natuurlijk kan de schuld niet naar de Giro-organisatie toegeschoven worden, ongelukken in het wielrennen zijn niet te voorkomen. De enige manier om dat te voorkomen zou je het wielrennen moeten verbieden. Gisteren werd er prachtig stilgestaan bij Weylandts dood. De 216 kilometer lange etappe werd een groot eerbetoon aan de jonge Belg. Leopard Trek kwam met Farrar in de gelederen als eerst over de streep, hevig geëmotioneerd, samen met veel mensen thuis waarschijnlijk.
Weylandt won exact een jaar geleden ook de derde etappe in de Giro, symbolisch als het is sterft hij ook in de derde etappe, een jaar later. Een groot talent was het, die eindelijk voor zijn eigen kans kon gaan bij Leopard. Hij was aanvankelijk niet eens opgesteld voor de Giro, maar hij verving de geblesseerde Bennati. Op 26 September zou hij vader worden, trots als hij al was.
De zoektocht naar sensatie blijkt de kortste weg naar de dood, jammer dat er eerst een dode moet vallen voordat dat duidelijk is.
Koersen als een malle
Het voorjaar zit er weer op, tijd voor een terugblik.
Eigenlijk overschaduwde maar één ding dit seizoen het profpeloton. Wel of geen oortjes. Volgens de UCI is het onzin, maar de ploegleiders weten wel beter. Voor hen is het belangrijk om zogeheten ‘essentiële’ informatie naar de renners door te seinen. Om dit te bewijzen werden er voor verschillende televisiestations camera’s in de ploegleiderauto’s geïnstalleerd. Het enige wat ik hoorde was ‘’ van voren zitten’’ en ‘’wacht maar af’’. Essentiële informatie m’n reet.
Mooie koers was het namelijk des te meer. Het begon in de omloop het nieuwsblad (het volk) met een prachtige zege voor Langeveld. Vervolgens genoot het publiek van één van de mooiste edities van Milaan – San Remo in de geschiedenis, waar Goss eindelijk zijn belofte kon inlossen. In ‘de ronde’ keek iedereen naar Cancellara, met als gevolg dat Nuyens eindelijk eens een grote vis kon gaan vangen, hij kwam als eerste over de streep in Meerbeke.
Voor het eerst in decennia haalde de vroege vlucht het tot in Roubaix, met Johan Vansummeren als absoluut overwinnaar en Maarten Tjallingii op een prachtige derde plaats. Die kan ook direct zijn fiets aan de kant zetten, want dit gaat hij nooit meer evenaren. Zelden werd een derde plaats zo mooi gevierd door een renner, namelijk als een overwinning. Het werd Tjallingii zeer gegund en met Roubaix zat het ‘keienvoorjaar’ erop.
‘Gilberttime’ was aangebroken. Hij won de Brabantse pijl op z’n dooie gemakje, door de concurrentie op een nutteloos hoopje te rijden. Al snel was er één ding duidelijk, dat de tweede plaats die week het hoogst haalbaar zou worden voor de overige renners. In de Amstel Gold Race maakte Gilbert indrukwekkend gehakt van de tegenstand na eerst nog op kop te hebben gereden om Andy Schleck terug te halen. Ook in de ‘eerlijkste’ koers van het jaar, de waalse pijl, bleek de belg de sterkste. Die zondag stond Gilbert als absolute topfavoriet aan de start van ‘zijn’ koers. Luik had hij nog nooit gewonnen. De route voert door zijn achtertuin (hij is geboren in Remouchamps) en even leek het dat Gilbert in het pak zat door met de Schleck broertjes weg te rijden. Aan deze gedachte maakte hij simpel een einde door één keer goed aan te zetten op de Saint Nicolas en te laten weten dat er alleen een ereplaats in zat voor de Schlecks. En zo geschiedde, Gilbert won de ‘triple’, een uitzonderlijke prestatie in het hedendaagse wielrennen.
Dat was dan ook meteen het einde van het klassieke voorjaar 2011. En wat hebben we daarvan geleerd. Dat het niet uitmaakt of er met of zonder oortjes gekoerst gaat worden, de renners maken de koers. Hopelijk gaan we net zoveel spektakel zien in de Giro, die zaterdag begint. Het is tenslotte de mooiste van de drie ronden. In Italie is niks gek genoeg en daarom zijn er maar liefst elf bergritten in het parcours opgenomen, waarvan er zeven bergop eindigen. Een garantie voor spektakel? Zaterdag 7 Mei, 14.30 Sporza. Be there!
Eigenlijk overschaduwde maar één ding dit seizoen het profpeloton. Wel of geen oortjes. Volgens de UCI is het onzin, maar de ploegleiders weten wel beter. Voor hen is het belangrijk om zogeheten ‘essentiële’ informatie naar de renners door te seinen. Om dit te bewijzen werden er voor verschillende televisiestations camera’s in de ploegleiderauto’s geïnstalleerd. Het enige wat ik hoorde was ‘’ van voren zitten’’ en ‘’wacht maar af’’. Essentiële informatie m’n reet.
Mooie koers was het namelijk des te meer. Het begon in de omloop het nieuwsblad (het volk) met een prachtige zege voor Langeveld. Vervolgens genoot het publiek van één van de mooiste edities van Milaan – San Remo in de geschiedenis, waar Goss eindelijk zijn belofte kon inlossen. In ‘de ronde’ keek iedereen naar Cancellara, met als gevolg dat Nuyens eindelijk eens een grote vis kon gaan vangen, hij kwam als eerste over de streep in Meerbeke.
Voor het eerst in decennia haalde de vroege vlucht het tot in Roubaix, met Johan Vansummeren als absoluut overwinnaar en Maarten Tjallingii op een prachtige derde plaats. Die kan ook direct zijn fiets aan de kant zetten, want dit gaat hij nooit meer evenaren. Zelden werd een derde plaats zo mooi gevierd door een renner, namelijk als een overwinning. Het werd Tjallingii zeer gegund en met Roubaix zat het ‘keienvoorjaar’ erop.
‘Gilberttime’ was aangebroken. Hij won de Brabantse pijl op z’n dooie gemakje, door de concurrentie op een nutteloos hoopje te rijden. Al snel was er één ding duidelijk, dat de tweede plaats die week het hoogst haalbaar zou worden voor de overige renners. In de Amstel Gold Race maakte Gilbert indrukwekkend gehakt van de tegenstand na eerst nog op kop te hebben gereden om Andy Schleck terug te halen. Ook in de ‘eerlijkste’ koers van het jaar, de waalse pijl, bleek de belg de sterkste. Die zondag stond Gilbert als absolute topfavoriet aan de start van ‘zijn’ koers. Luik had hij nog nooit gewonnen. De route voert door zijn achtertuin (hij is geboren in Remouchamps) en even leek het dat Gilbert in het pak zat door met de Schleck broertjes weg te rijden. Aan deze gedachte maakte hij simpel een einde door één keer goed aan te zetten op de Saint Nicolas en te laten weten dat er alleen een ereplaats in zat voor de Schlecks. En zo geschiedde, Gilbert won de ‘triple’, een uitzonderlijke prestatie in het hedendaagse wielrennen.
Dat was dan ook meteen het einde van het klassieke voorjaar 2011. En wat hebben we daarvan geleerd. Dat het niet uitmaakt of er met of zonder oortjes gekoerst gaat worden, de renners maken de koers. Hopelijk gaan we net zoveel spektakel zien in de Giro, die zaterdag begint. Het is tenslotte de mooiste van de drie ronden. In Italie is niks gek genoeg en daarom zijn er maar liefst elf bergritten in het parcours opgenomen, waarvan er zeven bergop eindigen. Een garantie voor spektakel? Zaterdag 7 Mei, 14.30 Sporza. Be there!
Eerst het kopke, dan de benen
‘’Mijn roommate Theo Bos zei tegen me dat ik moest visualiseren, dat het zou lukken. Dat heb ik gedaan. Wellicht heeft dat een grote rol gespeeld. Het ging niet als vanzelf, maar wel heel erg goed." Een citaat van Robert Gesink over zijn winst in de tijdrit van de Ronde van Oman. Het hielp hem om de eindzege in de wacht te slepen. Het is de bevestiging dat deze ‘technieken’ van sportpsychologie nog totaal niet ingedamd zijn in de wortels van de wielersport. Wat is dus de invloed van mental coaching en visualisatie op de wielersport. Tijd voor een overzicht.
Meer dan ooit is mental coaching in de sport belangrijk voor de prestaties. Al kun je nog zo goed een training leiden, als je niet met je spelers kan communiceren zul je je doel nooit bereiken. (zie Ron Jans). Alle hoofden dienen dezelfde kant op te ‘kijken’ als je een groot doel nastreeft. Een doel van mental coaching kan visualisatie zijn, om de sporter, in dit geval dus de wielrenner, optimaal voor te bereiden op de te leveren prestatie. Zo kan deze in de koers anticiperen op gebeurtenissen die hij of zij van te voren ‘gevisualiseerd’ heeft, en hoeft dus niet na te denken bij de actie.
Wielrennen is een van de meest beoefende sporten in Nederland. Het aantal ‘wielrenners’ of beter gezegd ‘toerfietsers’ groeit nog elk jaar. Het mentale aspect van de wielersport staat echter nog in de kinderschoenen. Pas sinds een jaar of twee maken de beste wielerploegen van de wereld gebruik van een mental coach. In een sport waarin de druk om te presteren ieder seizoen hoog is: om te pieken, nóg beter te zijn, de sponsors en ploegleiding te overtuigen bij een aflopend contract. Het is kortgezegd raar dat er nog geen aandacht wordt besteed aan het mentale aspect.
Welke wielrenner kent het gevoel niet dat zijn benen zo’n pijn doen tijdens een tijdrit, je lijf schreeuwt hard dat het wil stoppen, zelf wil je het liefst ook stoppen, maar toch ga je door. Hetzelfde verhaal valt te vertellen bij het ‘kantje’ rijden. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te bedenken waar je alleen op de been kan blijven door jezelf steeds op te blijven peppen, alleen dan overleef je. Niet geheel onterecht wordt vaak gesteld dat bij een tijdrit niet degene wint die het hardst kan trappen, maar degene die zichzelf het meeste pijn ‘wil’ doen.
Maargoed, doormiddel van visualisatie kan men dus veel voordeel behalen. Maar wat is visualisatie precies. Simpel gezegd is het een soort ‘video’ af laten spelen in je hoofd van de ‘ideaalsituatie’ die jij voor ogen hebt. Bijvoorbeeld de laatste kilometers van een koers die je winnend afsluit. Belangrijk hierbij is dat je dit zo realistisch mogelijk doet, dus met publiek, parcours, tegenstanders en het allerbelangrijkst; op ware snelheid. Het is wetenschappelijk bewezen dat als er in de wedstrijd iets gebeurt wat je eerder gevisualiseerd hebt, daar sneller op kunt anticiperen en je dus veel voordeel kan bieden. Het mooiste voorbeeld van visualisatie is misschien wel de skiër die vlak voor zijn afdaling helemaal in trance zit en het traject nog één keer in zijn hoofd doorloopt.
Het komen in de ‘flow’ is ook zoiets. Flow valt het beste te omschrijven als een diepe trance, waarin alles wat je doet bijna als vanzelf gaat. Het is de ultiemste vorm van concentratie en in de topsport heel erg belangrijk. ‘het ging vanzelf vandaag’, ‘ik voelde mijn benen niet’, ‘het leek alsof ik op mezelf neerkeek’, ‘mijn complete tijdsbesef was weg, ik was alleen maar bezig met die finishlijn’, deze woorden komen vaak uit de mond van een winnaar, zij zaten in de ‘flow’.
Hoe breng je jezelf in deze opperste vorm van concentratie en, nog belangrijker, hoe houdt je deze vast, hoe kom je in de ‘flow’ van je leven. Een mooi voorbeeld is de heropstanding van Floyd Landis in de Tour de France van 2006. Na een inzinking in de zestiende etappe, waarin hij het geel en heel wat minuten verliest, lijkt niemand hem nog serieus te nemen als kanshebber voor de eindzege. Met de dus zogezegde achterstand van maar liefst tien minuten begint hij aan een opzienbarende solo door de Alpen. De hele dag zit Landis in de ‘flow’ van zijn leven. Als het klassement die avond wordt opgemaakt blijkt dat hij nog maar dertig seconden achterstand heeft op geletruidrager Oscar Pereiro. In de afsluitende tijdrit pakt hij het geel terug, en wint de Tour. Landis reed die zomerdag de rit van zijn leven en deed dat op, naar later bleek, prestatiebevorderende middelen. Toch is er meer nodig dan dat om zo een prestatie neer te zetten. Waarschijnlijk gesterkt door de gedachte dat de doping hem zou helpen begon hij aan zijn solo. De hele dag waande Landis zich in een niemandsland, hij liet zich niet afleiden door een kapotte fiets, tegenstanders of het weer. De hele dag door dronk hij genoeg en hield zichzelf alsmaar koel door steeds water of zijn gezicht te spuiten. Dat achteraf prestatiebevorderende middelen in zijn urine werden aangetroffen doet mijn inziens maar een klein beetje van die prestatie af, het grootste deel deed hij die dag op pure wilskracht.
Het is misschien vergezocht, maar had het dopinggebruik van Landis misschien voorkomen kunnen worden als er destijds een mental coach aanwezig was geweest in het hotel van Phonak? Ik vind de volgende redenatie redelijk logisch. Als het contract van een renner afloopt, en hij presteert niet dan is doping de snelste weg naar succes, en dus contractverlenging. Als je als renner dus niet stevig in je schoenen staat doe je domme dingen, met alle gevolgen van dien. Met een mental coach kun je dit misschien voorkomen, al lijkt dat in het wielrennen misschien een illusie.
Visualisatie en Mental coaching verdienen dus zeker een groter aanzien in het wielrennen. Je kunt namelijk nog zoveel fysiologisch talent hebben als je maar wilt, zonder mentale weerbaarheid kom je nergens.
Meer dan ooit is mental coaching in de sport belangrijk voor de prestaties. Al kun je nog zo goed een training leiden, als je niet met je spelers kan communiceren zul je je doel nooit bereiken. (zie Ron Jans). Alle hoofden dienen dezelfde kant op te ‘kijken’ als je een groot doel nastreeft. Een doel van mental coaching kan visualisatie zijn, om de sporter, in dit geval dus de wielrenner, optimaal voor te bereiden op de te leveren prestatie. Zo kan deze in de koers anticiperen op gebeurtenissen die hij of zij van te voren ‘gevisualiseerd’ heeft, en hoeft dus niet na te denken bij de actie.
Wielrennen is een van de meest beoefende sporten in Nederland. Het aantal ‘wielrenners’ of beter gezegd ‘toerfietsers’ groeit nog elk jaar. Het mentale aspect van de wielersport staat echter nog in de kinderschoenen. Pas sinds een jaar of twee maken de beste wielerploegen van de wereld gebruik van een mental coach. In een sport waarin de druk om te presteren ieder seizoen hoog is: om te pieken, nóg beter te zijn, de sponsors en ploegleiding te overtuigen bij een aflopend contract. Het is kortgezegd raar dat er nog geen aandacht wordt besteed aan het mentale aspect.
Welke wielrenner kent het gevoel niet dat zijn benen zo’n pijn doen tijdens een tijdrit, je lijf schreeuwt hard dat het wil stoppen, zelf wil je het liefst ook stoppen, maar toch ga je door. Hetzelfde verhaal valt te vertellen bij het ‘kantje’ rijden. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te bedenken waar je alleen op de been kan blijven door jezelf steeds op te blijven peppen, alleen dan overleef je. Niet geheel onterecht wordt vaak gesteld dat bij een tijdrit niet degene wint die het hardst kan trappen, maar degene die zichzelf het meeste pijn ‘wil’ doen.
Maargoed, doormiddel van visualisatie kan men dus veel voordeel behalen. Maar wat is visualisatie precies. Simpel gezegd is het een soort ‘video’ af laten spelen in je hoofd van de ‘ideaalsituatie’ die jij voor ogen hebt. Bijvoorbeeld de laatste kilometers van een koers die je winnend afsluit. Belangrijk hierbij is dat je dit zo realistisch mogelijk doet, dus met publiek, parcours, tegenstanders en het allerbelangrijkst; op ware snelheid. Het is wetenschappelijk bewezen dat als er in de wedstrijd iets gebeurt wat je eerder gevisualiseerd hebt, daar sneller op kunt anticiperen en je dus veel voordeel kan bieden. Het mooiste voorbeeld van visualisatie is misschien wel de skiër die vlak voor zijn afdaling helemaal in trance zit en het traject nog één keer in zijn hoofd doorloopt.
Het komen in de ‘flow’ is ook zoiets. Flow valt het beste te omschrijven als een diepe trance, waarin alles wat je doet bijna als vanzelf gaat. Het is de ultiemste vorm van concentratie en in de topsport heel erg belangrijk. ‘het ging vanzelf vandaag’, ‘ik voelde mijn benen niet’, ‘het leek alsof ik op mezelf neerkeek’, ‘mijn complete tijdsbesef was weg, ik was alleen maar bezig met die finishlijn’, deze woorden komen vaak uit de mond van een winnaar, zij zaten in de ‘flow’.
Hoe breng je jezelf in deze opperste vorm van concentratie en, nog belangrijker, hoe houdt je deze vast, hoe kom je in de ‘flow’ van je leven. Een mooi voorbeeld is de heropstanding van Floyd Landis in de Tour de France van 2006. Na een inzinking in de zestiende etappe, waarin hij het geel en heel wat minuten verliest, lijkt niemand hem nog serieus te nemen als kanshebber voor de eindzege. Met de dus zogezegde achterstand van maar liefst tien minuten begint hij aan een opzienbarende solo door de Alpen. De hele dag zit Landis in de ‘flow’ van zijn leven. Als het klassement die avond wordt opgemaakt blijkt dat hij nog maar dertig seconden achterstand heeft op geletruidrager Oscar Pereiro. In de afsluitende tijdrit pakt hij het geel terug, en wint de Tour. Landis reed die zomerdag de rit van zijn leven en deed dat op, naar later bleek, prestatiebevorderende middelen. Toch is er meer nodig dan dat om zo een prestatie neer te zetten. Waarschijnlijk gesterkt door de gedachte dat de doping hem zou helpen begon hij aan zijn solo. De hele dag waande Landis zich in een niemandsland, hij liet zich niet afleiden door een kapotte fiets, tegenstanders of het weer. De hele dag door dronk hij genoeg en hield zichzelf alsmaar koel door steeds water of zijn gezicht te spuiten. Dat achteraf prestatiebevorderende middelen in zijn urine werden aangetroffen doet mijn inziens maar een klein beetje van die prestatie af, het grootste deel deed hij die dag op pure wilskracht.
Het is misschien vergezocht, maar had het dopinggebruik van Landis misschien voorkomen kunnen worden als er destijds een mental coach aanwezig was geweest in het hotel van Phonak? Ik vind de volgende redenatie redelijk logisch. Als het contract van een renner afloopt, en hij presteert niet dan is doping de snelste weg naar succes, en dus contractverlenging. Als je als renner dus niet stevig in je schoenen staat doe je domme dingen, met alle gevolgen van dien. Met een mental coach kun je dit misschien voorkomen, al lijkt dat in het wielrennen misschien een illusie.
Visualisatie en Mental coaching verdienen dus zeker een groter aanzien in het wielrennen. Je kunt namelijk nog zoveel fysiologisch talent hebben als je maar wilt, zonder mentale weerbaarheid kom je nergens.
Wegwezen, das logisch.
Nu de rook eindelijk een beetje begint op te trekken, wordt het slagveld duidelijk zichtbaar. In de verte klinkt een luide overwinningskreet. Langzaam komt er een groepje krijgsmannen in beeld. Met een zwaar Amsterdams accent vieren ze de overwinning. Cruijff voorop, achter hem zijn volgelingen. ‘’Ik heb het toch gezegd. Als Rik van den Boog niet doet wat ik wil, maak ik ze allemaal kapot’’.
Het bestuur en de leden van de raad van Commissarissen hebben woensdag hun functie ter beschikking gesteld. Een zeer onverwachte uitkomst van een korte interne oorlog met de werkgroep van Cruijff en bovengenoemde partijen. Ajax geeft door deze zet alle ruimte aan de mensen van Cruijff om de verandering door te voeren die zij voor ogen hebben. Het is dus na maanden van kritiek (Cruijff was in zijn column in de Telegraaf louter negatief over de Amsterdamse club) nu dus tijd voor Cruijff om zijn verantwoordelijkheid te nemen.
‘’Wie niet mee wil, komt aan de beurt’’, zo zei Cruijff tijdens een van de bijeenkomsten. Voor de raad van commissarissen en het bestuur het sein om de handdoek in de ring te gooien. Of juist het moment om gebruik te maken van de situatie en het ‘zinkende’ schip verlaten? Zoveel invloed heeft Cruijff inmiddels bij de Amsterdamse grootmacht. Wat de buitenwereld inmiddels wel goed moet beseffen is dat Ajax niet meer van het niveau ‘Champions league’, dat kun je niet meer van ze verwachten. In de Europa League is het met de huidige selectie al knap dat ze zover zijn gekomen.
Wel Cruijff is dus een god in Amsterdam. Maar op de vraag wat er moet gebeuren nu het bestuur is opgestapt weet hij zich geen raad. ‘’Ik weet het niet, ik heb geen functie bij Ajax, dus ik zou niet weten wat er nu gaat gebeuren’’. Nee lekker joh, eerst een breuk in de club forceren, en daarna geen verantwoordelijkheid nemen. Het is weer eens lekker onrustig daar in 020, al was van der Wiel dat niet vreemd. ‘’Ik ben niet anders gewend dan dat het onrustig is bij Ajax, er staat altijd druk op de selectie’’.
Maargoed, de ledenraad beslist nu aan wiens kant de directie gaat staan. Van den Boog, of Cruijff, de vraag is welke de goeie is. Ik vind dat Ajax de sleutel aan Cruijff moet geven, die vervolgens de hemelpoort open kan gaan doen. Hij is tenslotte een god….
Het bestuur en de leden van de raad van Commissarissen hebben woensdag hun functie ter beschikking gesteld. Een zeer onverwachte uitkomst van een korte interne oorlog met de werkgroep van Cruijff en bovengenoemde partijen. Ajax geeft door deze zet alle ruimte aan de mensen van Cruijff om de verandering door te voeren die zij voor ogen hebben. Het is dus na maanden van kritiek (Cruijff was in zijn column in de Telegraaf louter negatief over de Amsterdamse club) nu dus tijd voor Cruijff om zijn verantwoordelijkheid te nemen.
‘’Wie niet mee wil, komt aan de beurt’’, zo zei Cruijff tijdens een van de bijeenkomsten. Voor de raad van commissarissen en het bestuur het sein om de handdoek in de ring te gooien. Of juist het moment om gebruik te maken van de situatie en het ‘zinkende’ schip verlaten? Zoveel invloed heeft Cruijff inmiddels bij de Amsterdamse grootmacht. Wat de buitenwereld inmiddels wel goed moet beseffen is dat Ajax niet meer van het niveau ‘Champions league’, dat kun je niet meer van ze verwachten. In de Europa League is het met de huidige selectie al knap dat ze zover zijn gekomen.
Wel Cruijff is dus een god in Amsterdam. Maar op de vraag wat er moet gebeuren nu het bestuur is opgestapt weet hij zich geen raad. ‘’Ik weet het niet, ik heb geen functie bij Ajax, dus ik zou niet weten wat er nu gaat gebeuren’’. Nee lekker joh, eerst een breuk in de club forceren, en daarna geen verantwoordelijkheid nemen. Het is weer eens lekker onrustig daar in 020, al was van der Wiel dat niet vreemd. ‘’Ik ben niet anders gewend dan dat het onrustig is bij Ajax, er staat altijd druk op de selectie’’.
Maargoed, de ledenraad beslist nu aan wiens kant de directie gaat staan. Van den Boog, of Cruijff, de vraag is welke de goeie is. Ik vind dat Ajax de sleutel aan Cruijff moet geven, die vervolgens de hemelpoort open kan gaan doen. Hij is tenslotte een god….
Topsport met een swiffer, het kan!
Het enige wat je nodig hebt is een bezem en een grote granieten schijf , en nee het is geen Zwerkbal, maar Curling.
Curling is maar een dwaze sport! Een beetje een granieten schijf over het ijs schuiven en dan met een bezempje zo hard vegen dat de schijf beter ‘glijd’, je moet er maar opkomen. Maargoed, het is een Olympische sport, dus dat moeten we dan maar respecteren. Vraag die meteen in me opkomt ‘als curling Olympisch is, waarom is jeu de boules dat dan niet’. De karakteristieke franse sport heeft minstens net zo veel uitstraling.
Coach zijn van een curlingteam lijkt me ook wel zwaar. Tijdens een duurtraining van vijf uur ‘curlingen’ zal er wel veel te bespreken zijn. Hoe zou zo’n trainingsschema eruitzien, in de zomer een beetje conditie houden als sneeuwschuiver in snowworld? En hoe houdt de coach rekening met het herstel van zijn sporter, want zometeen raakt de ‘sterspeler’ nog overtraind, en dat zou natuurlijk zonde zijn. Verder bestaat het begeleidingsteam uit een fysiotherapeut ( voor de muisarmen en tennisellebogen), een mental coach (‘’probeer die schijf naar de stip te visualiseren’’) en een speciale masseur ( ‘’die vingers zijn weer lekker soepel vandaag’’). Mooi toch!
Wel ideaal trouwens, als je vrouw professioneel curlingster is. Die gaat uit haarzelf de hele dag met de swiffer en de stofzuiger door het huis, gewoon omdat het kan. Ze moet toch trainen, dus waarom niet twee dingen tegelijk doen, daar zijn vrouwen toch al zo goed in. Om dan maar even van de gelegenheid gebruik te maken, vrouwen kunnen tegelijk gebruik maken van hun ´creatieve´ en hun ´plannings´ brein. Hierdoor kunnen zij veel sneller een verhaal vertellen en dingen uit het verleden ophalen. Mannen hebben hier wat meer moeite mee, zij kunnen niet in beide breinen tegelijk aanwezig zijn en moeten ´schakelen´.
Voorbeeldje: vraag een man hoe zijn dag was, hij zal meestal antwoorden met; ‘ja, goed, en bij jou?'. Vrouwen kunnen daarentegen meteen een verhaal vertellen over wat ze die dag allemaal beleefd hebben, hierdoor ontstaan ook de meeste scheidingen. Maargoed, daar gaat het nu niet over. Curling, dat was het. Eurosport besteed er de laatste tijd uitvoerig aandacht aan, en dat is mijn inziens zeker niet onterecht.
Want wat curling echt 'mooi' maakt? Als het vrouwenteam van Zweden tegen Denemarken speelt, dan is Curling op zijn best!
Curling is maar een dwaze sport! Een beetje een granieten schijf over het ijs schuiven en dan met een bezempje zo hard vegen dat de schijf beter ‘glijd’, je moet er maar opkomen. Maargoed, het is een Olympische sport, dus dat moeten we dan maar respecteren. Vraag die meteen in me opkomt ‘als curling Olympisch is, waarom is jeu de boules dat dan niet’. De karakteristieke franse sport heeft minstens net zo veel uitstraling.
Coach zijn van een curlingteam lijkt me ook wel zwaar. Tijdens een duurtraining van vijf uur ‘curlingen’ zal er wel veel te bespreken zijn. Hoe zou zo’n trainingsschema eruitzien, in de zomer een beetje conditie houden als sneeuwschuiver in snowworld? En hoe houdt de coach rekening met het herstel van zijn sporter, want zometeen raakt de ‘sterspeler’ nog overtraind, en dat zou natuurlijk zonde zijn. Verder bestaat het begeleidingsteam uit een fysiotherapeut ( voor de muisarmen en tennisellebogen), een mental coach (‘’probeer die schijf naar de stip te visualiseren’’) en een speciale masseur ( ‘’die vingers zijn weer lekker soepel vandaag’’). Mooi toch!
Wel ideaal trouwens, als je vrouw professioneel curlingster is. Die gaat uit haarzelf de hele dag met de swiffer en de stofzuiger door het huis, gewoon omdat het kan. Ze moet toch trainen, dus waarom niet twee dingen tegelijk doen, daar zijn vrouwen toch al zo goed in. Om dan maar even van de gelegenheid gebruik te maken, vrouwen kunnen tegelijk gebruik maken van hun ´creatieve´ en hun ´plannings´ brein. Hierdoor kunnen zij veel sneller een verhaal vertellen en dingen uit het verleden ophalen. Mannen hebben hier wat meer moeite mee, zij kunnen niet in beide breinen tegelijk aanwezig zijn en moeten ´schakelen´.
Voorbeeldje: vraag een man hoe zijn dag was, hij zal meestal antwoorden met; ‘ja, goed, en bij jou?'. Vrouwen kunnen daarentegen meteen een verhaal vertellen over wat ze die dag allemaal beleefd hebben, hierdoor ontstaan ook de meeste scheidingen. Maargoed, daar gaat het nu niet over. Curling, dat was het. Eurosport besteed er de laatste tijd uitvoerig aandacht aan, en dat is mijn inziens zeker niet onterecht.
Want wat curling echt 'mooi' maakt? Als het vrouwenteam van Zweden tegen Denemarken speelt, dan is Curling op zijn best!
Woohh Pizza, Pizza
Op een training gebeurt nog wel eens wat. Vechtpartijtje, woordenwisselingen, hamstringblessure, enkelblessures of een gebroken vinger, het kan allemaal. Dat laatste overkwam Maarten Stekelenburg en dus volgt dan een kans voor de tweede keeper van Ajax, Jeroen ‘pizza’ Verhoeven. Zijn gegevens achterop het voetbalplaatje van Albert Heijn? 30-4-1980, 1.97m lang en 106kg zwaar, of is het 150 kilo. Voor het plakboek zijn er in ieder geval twee plakruimtes ingeruimd, in plaats van één.
Niet alleen zijn gewicht is een probleem, ook zijn imago is wel voor verbetering vatbaar. Vaak schieten mensen op de tribune in de lach bij het zien van de ‘rondbuikige’ keeper. Maar om even alle sceptici de mond te snoeren, Verhoeven is een uitstekende keeper, waarbij zijn enige probleem ligt bij de hoekschoppen. Zijn zwaarlijvige postuur en lengte zitten hem daarbij in de weg. Als lijnkeeper doet hij echter heel aardig mee en toen hij nog voor Volendam speelde heeft hij daar heel wat punten gepakt voor de ‘oranje vissers’.
Maken ‘dikke’ voetballers dan echt kans in die wereld? Kijk naar Ronaldo, Adriano, Ronaldinho, Maceo Rigters, en dus Verhoeven. Het meest dramatisch vond ik nog de sprintkwaliteiten van Johnny van ‘Burgerking’, als een schildpad met windkracht tien op kop rende hij het veld over. Ze zijn dus allemaal een kilootje of wat te zwaar en toch kunnen ze nog bakken met geld verdienen. Dat is toch niet serieus bezig zijn met je vak.
Misschien kun je zeggen dat Amsterdam gewoon de obese stad is van het land. Of dat Ajax de obese voetbalclub is van Nederland. Het begon met het aantrekken van Jeroen Verhoeven, toen kwam Sulejmani voorbij met wat overgewicht. Vervolgens werd Martin Jol hoofdtrainer en leek de club compleet. Tot er nog een vierde man lid werd van de ‘zwaarlijvigenclub’ in Amsterdam. Ahmed Mido Hossam uit Egypte hield ook wel van wat lekker eten en bereikte nooit zijn oude niveau.
Blijkbaar kun je dus nog heel wat bereiken als sportman met wat kilootjes vet teveel. Ik zal morgen aan je denken Jeroen, dan bestel ik gewoon twee Pizza Shoarma, met extra kaas uiteraard.
Niet alleen zijn gewicht is een probleem, ook zijn imago is wel voor verbetering vatbaar. Vaak schieten mensen op de tribune in de lach bij het zien van de ‘rondbuikige’ keeper. Maar om even alle sceptici de mond te snoeren, Verhoeven is een uitstekende keeper, waarbij zijn enige probleem ligt bij de hoekschoppen. Zijn zwaarlijvige postuur en lengte zitten hem daarbij in de weg. Als lijnkeeper doet hij echter heel aardig mee en toen hij nog voor Volendam speelde heeft hij daar heel wat punten gepakt voor de ‘oranje vissers’.
Maken ‘dikke’ voetballers dan echt kans in die wereld? Kijk naar Ronaldo, Adriano, Ronaldinho, Maceo Rigters, en dus Verhoeven. Het meest dramatisch vond ik nog de sprintkwaliteiten van Johnny van ‘Burgerking’, als een schildpad met windkracht tien op kop rende hij het veld over. Ze zijn dus allemaal een kilootje of wat te zwaar en toch kunnen ze nog bakken met geld verdienen. Dat is toch niet serieus bezig zijn met je vak.
Misschien kun je zeggen dat Amsterdam gewoon de obese stad is van het land. Of dat Ajax de obese voetbalclub is van Nederland. Het begon met het aantrekken van Jeroen Verhoeven, toen kwam Sulejmani voorbij met wat overgewicht. Vervolgens werd Martin Jol hoofdtrainer en leek de club compleet. Tot er nog een vierde man lid werd van de ‘zwaarlijvigenclub’ in Amsterdam. Ahmed Mido Hossam uit Egypte hield ook wel van wat lekker eten en bereikte nooit zijn oude niveau.
Blijkbaar kun je dus nog heel wat bereiken als sportman met wat kilootjes vet teveel. Ik zal morgen aan je denken Jeroen, dan bestel ik gewoon twee Pizza Shoarma, met extra kaas uiteraard.
De marsmannetjes uit Catalunya
Je kent het wel, de tv aan, beetje zappen en dan erachter komen dat er geen enkel leuk programma op tv is. Bij gebrek aan beter schakel je maar over naar National Geographic channel, de natuurzender bij uitstek. Het gaat over de rare graancirkels bij de boeren in het weiland, ineens komt er een ufo in beeld. Er komen elf aliens zo via de tv je huiskamer binnengelopen, voorop Lionel Messi met achter hem Xavi, Iniesta en alle andere spelers van FC Barcelona. Volgens de ondertiteling komen ze van een andere planeet, dit is het beste voetbalteam aller tijden.
Dat er dit seizoen totaal geen maat staat op Barcelona wisten we al een tijdje, afgelopen woensdag voegde het Catalaanse droomelftal nog maar eens een record toe aan de imposante lijst dit seizoen. Het bleef voor de twintigste keer op rij ongeslagen in een uitduel in de Primera division. Niet geheel toevallig was de top-3 voor de strijd om 'wereldvoetballer van het jaar' volledig van Catalaanse komaf.
Het gemak waarmee de Catalanen hun medespelers vrijspelen voor de goal is een ware lust voor het oog. Schijnbaar moeiteloos vernederen ze de tegenstander. Uit of thuisvoordeel bestaat niet meer, ook het publiek van de tegenstander doet de handen op elkaar voor het buitenaardse gebeuren op het veld. Ze maken dit misschien maar een keer in hun leven mee, dus dan kun je er maar beter van genieten.
Een wervelwind van tikjes hier en takjes daar, hakje over de man heen, lobje over de keeper en ga zo maar door. Net als je denkt dat het niet genialer kan gebeurt er nog iets mooiers, je kaken verkrampen omdat je mond continu openvalt van verbazing. Zat je vorige week tijdens Willem II - VVV nog vurig te bidden dat de wedstrijd maar een halfuurtje zou duren, omdat het niet om aan te zien is; zo zit je nu te hopen dat er zes helften toegevoegd kunnen worden.
De ploeg van Pep Guardiola verbreekt dus het ene na het andere record. Uiteraard zijn ze nog in de race voor drie prijzen dit seizoen. In de competitie wordt een voorsprong van 10 punten verdedigd op ‘achtervolger’ Real Madrid, die overigens nog één wedstrijd minder heeft gespeeld. In de beker gaat het ook van een leien dakje. De champions league is een ander verhaal, tegen Arsenal werd in de heenwedstrijd met 2-1 verloren ondanks grandioos spel van de Catalanen. Toch voorzie ik geen problemen om de finale te bereiken en dit ‘recordseizoen’ af te sluiten als winnaar van alle prijzen. Elke club moet toestemming vragen om op het veld van Camp Nou te mogen spelen, want zij zijn de enige mensen op het veld. Real Madrid is de beste voetbalclub van de wereld, Barcelona is namelijk buitenaards.
Dat er dit seizoen totaal geen maat staat op Barcelona wisten we al een tijdje, afgelopen woensdag voegde het Catalaanse droomelftal nog maar eens een record toe aan de imposante lijst dit seizoen. Het bleef voor de twintigste keer op rij ongeslagen in een uitduel in de Primera division. Niet geheel toevallig was de top-3 voor de strijd om 'wereldvoetballer van het jaar' volledig van Catalaanse komaf.
Het gemak waarmee de Catalanen hun medespelers vrijspelen voor de goal is een ware lust voor het oog. Schijnbaar moeiteloos vernederen ze de tegenstander. Uit of thuisvoordeel bestaat niet meer, ook het publiek van de tegenstander doet de handen op elkaar voor het buitenaardse gebeuren op het veld. Ze maken dit misschien maar een keer in hun leven mee, dus dan kun je er maar beter van genieten.
Een wervelwind van tikjes hier en takjes daar, hakje over de man heen, lobje over de keeper en ga zo maar door. Net als je denkt dat het niet genialer kan gebeurt er nog iets mooiers, je kaken verkrampen omdat je mond continu openvalt van verbazing. Zat je vorige week tijdens Willem II - VVV nog vurig te bidden dat de wedstrijd maar een halfuurtje zou duren, omdat het niet om aan te zien is; zo zit je nu te hopen dat er zes helften toegevoegd kunnen worden.
De ploeg van Pep Guardiola verbreekt dus het ene na het andere record. Uiteraard zijn ze nog in de race voor drie prijzen dit seizoen. In de competitie wordt een voorsprong van 10 punten verdedigd op ‘achtervolger’ Real Madrid, die overigens nog één wedstrijd minder heeft gespeeld. In de beker gaat het ook van een leien dakje. De champions league is een ander verhaal, tegen Arsenal werd in de heenwedstrijd met 2-1 verloren ondanks grandioos spel van de Catalanen. Toch voorzie ik geen problemen om de finale te bereiken en dit ‘recordseizoen’ af te sluiten als winnaar van alle prijzen. Elke club moet toestemming vragen om op het veld van Camp Nou te mogen spelen, want zij zijn de enige mensen op het veld. Real Madrid is de beste voetbalclub van de wereld, Barcelona is namelijk buitenaards.
De tovenaar uit Jubbega
Sc Heerenveen is Sc Heerenveen niet meer. Alsof een Tovenaar geen gouden konijn, maar een bruine kikker uit de hoed tovert, zo voetbalt Heerenveen de laatste weken. Na de 4-3 nederlaag tegen hekkensluiter Willem II is de emmer vol, klaar om over te stromen. De play-offs lijken ver weg en de positie van Jans komt steeds meer ter discussie. Waar ging het mis bij de provincieclub die ooit dezelfde toekomst leek te hebben als FC Twente?
De dorpsclub, die ooit nog Champions League speelde, staat momenteel op de 9e plaats in de eredivisie. Niet echt de plek die hoort bij de kwaliteit van de selectie die Ron Jans momenteel tot zijn beschikking heeft. Vooral het wisselbeleid staat onder druk, Bas Dost staat er al weken naast en krijgt maar geen eerlijke kans van de trainer. Het zal heel wat inspanningen kosten om tussen die twee weer een normaal gesprek plaats te kunnen laten vinden. Aankoop El Akchoui is inmiddels alweer vertrokken, ook hij kon niet goed overweg met Jans. Geert-Arend Roorda, mijn inziens toch een van de grotere talenten van Nederland en erg bruikbaar voor een club als Heerenveen, hield ook de eer aan zichzelf en liet zich verhuren aan Excelsior, waar hij wél aan spelen toekomt. Daarbij weigert Ron Jans uit te leggen waarom hij zijn spelers niet opstelt, of kan hij het simpelweg niet?
‘De ploeg van Ron Jans’ laat al weken zien dat ze niet kunnen brengen wat ze moeten brengen, terwijl Jans dus weigert zijn beste spelers op te stellen. De sfeer in de ploeg is klaarblijkelijk niet erg goed te noemen, een people-manager, zoals Jans zich bij Groningen profileerde, is hij zeker niet. Natuurlijk zitten er in elke selectie ego’s, niet geheel toevallig meestal de beste spelers. Zij zijn meestal wat lastiger te coachen en hebben een gebruikershandleiding. Ron kan er blijkbaar zo weinig van dat hij ze maar gewoon op de bank zet, in plaats van met ze aan het werk te gaan.
Maar waar is het nou misgegaan bij de club? Naar mijn idee is dat zo rond het vertrek van ‘good old’ Riemer van der Velde geweest, die samenhing met het vertrek van Gertjan Verbeek. Noem me een chauvinist, maar ooh wat verlang ik naar de tijd van de heerlijke uitspraken van Verbeek, het uitstekende transferbeleid van Riemer en de prachtige combinaties van Bradley, Pranjic en Afonso Alves.
Dus geef die tovenaar uit Jubbega weer een contract en laat hem ervoor zorgen dat het gouden konijn weer tevoorschijn komt. Dan kunnen we eindelijk weer naar boven kijken.
De dorpsclub, die ooit nog Champions League speelde, staat momenteel op de 9e plaats in de eredivisie. Niet echt de plek die hoort bij de kwaliteit van de selectie die Ron Jans momenteel tot zijn beschikking heeft. Vooral het wisselbeleid staat onder druk, Bas Dost staat er al weken naast en krijgt maar geen eerlijke kans van de trainer. Het zal heel wat inspanningen kosten om tussen die twee weer een normaal gesprek plaats te kunnen laten vinden. Aankoop El Akchoui is inmiddels alweer vertrokken, ook hij kon niet goed overweg met Jans. Geert-Arend Roorda, mijn inziens toch een van de grotere talenten van Nederland en erg bruikbaar voor een club als Heerenveen, hield ook de eer aan zichzelf en liet zich verhuren aan Excelsior, waar hij wél aan spelen toekomt. Daarbij weigert Ron Jans uit te leggen waarom hij zijn spelers niet opstelt, of kan hij het simpelweg niet?
‘De ploeg van Ron Jans’ laat al weken zien dat ze niet kunnen brengen wat ze moeten brengen, terwijl Jans dus weigert zijn beste spelers op te stellen. De sfeer in de ploeg is klaarblijkelijk niet erg goed te noemen, een people-manager, zoals Jans zich bij Groningen profileerde, is hij zeker niet. Natuurlijk zitten er in elke selectie ego’s, niet geheel toevallig meestal de beste spelers. Zij zijn meestal wat lastiger te coachen en hebben een gebruikershandleiding. Ron kan er blijkbaar zo weinig van dat hij ze maar gewoon op de bank zet, in plaats van met ze aan het werk te gaan.
Maar waar is het nou misgegaan bij de club? Naar mijn idee is dat zo rond het vertrek van ‘good old’ Riemer van der Velde geweest, die samenhing met het vertrek van Gertjan Verbeek. Noem me een chauvinist, maar ooh wat verlang ik naar de tijd van de heerlijke uitspraken van Verbeek, het uitstekende transferbeleid van Riemer en de prachtige combinaties van Bradley, Pranjic en Afonso Alves.
Dus geef die tovenaar uit Jubbega weer een contract en laat hem ervoor zorgen dat het gouden konijn weer tevoorschijn komt. Dan kunnen we eindelijk weer naar boven kijken.
Het rekenwonder
Kunt u rekenen? 1 +1 = 2, net als 2 x 3 = 6 en zak + bloed = doping.
Het is dinsdag 8 Februari, wat later in de middag. Via twitter krijg ik het bericht dat Riccardo Ricco in het ziekenhuis is beland. Niks bijzonders ,denk ik. Maar uit nieuwsgierigheid open ik toch het bericht op mijn blackberry. Het blijkt een mislukte bloedtransfusie te zijn. Het bloed in de koelkast van Ricco was bedorven. Zonder begeleiding van een arts diende hij het bloed bij zichzelf toe. Een paar uur later werd hij met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Hij was in levensgevaar.
Slechts een paar weken geleden zwoer Ricco dat hij een ander mens was geworden. ‘’De Cobra is dood, ik voel me herboren’’. Bij Vacansoleil kon hij zich weer helemaal richten op waar hij zo goed in was, al deed hij bijna nooit mee met de groepstrainingen. Tijdens de trainingskampen in Spanje zei hij alleen ‘’eten’’ en ‘’dorst’’. Voorderest heeft er niemand een conversatie met Riccardo gevoerd. Bij het ontbijt en avondeten zat hij alleen aan een tafel met zijn trainer.
Wat als Ricco geen wielrenner was geworden. Dan was het een kleine italiaan, wachtend op zijn uitkering, elke dag maar weer op weg naar de melkfabriek om dopjes op de melkflessen te draaien. Want Ricco heeft nooit iets aan school gedaan, school was niet belangrijk. Fietsen, dat was belangrijk. Daarom was het ook voorbestemd dat Ricco zijn leven zou leiden op de fiets, hij heeft dat leven alleen wel erg moeilijk gemaakt voor zichzelf. Want als Ricco voor de tweede keer in zijn carrière betrapt zal worden op dopinggebruik, dan gaat hij de bak in. Want dat is de Italiaanse wet.
Wat de hele wereld had verwacht gebeurt nu uiteindelijk. Een bloedtransfusie is helemaal niet verboden, als je het maar niet gebruikt om bijvoorbeeld extra rode bloedlichaampjes in je lichaam te spuiten. Op twitter was hij urenlang ‘trending topic’, de hele wielerliefhebbende wereld spuugte hem uit. Niemand had een goed woord voor hem over. Vacansoleil zet eerst een goed onderzoek op voordat ze een standpunt innemen over zijn situatie.
Als Ricco weer vrijkomt als hij een paar jaar in de bak heeft gezeten, zijn zonden overdacht, waar moet hij dan heen? Zijn vrouw is zelf ook gepakt op dopinggebruik, dus dat is niet aan de orde. Boeken heeft hij nooit gelezen, zijn school heeft hij niet afgemaakt. Dat blijkt maar weer, want als je twee keer zo’n stomme fout maakt kun je niet rekenen. Ricco weet niet dat 1 + 1, 2 is. Uiteindelijk zal Ricco leven van zijn uitkering, en één keer in de week werken in de melkfabriek in Modena. Want Ricco is geen rekenwonder.
Het is dinsdag 8 Februari, wat later in de middag. Via twitter krijg ik het bericht dat Riccardo Ricco in het ziekenhuis is beland. Niks bijzonders ,denk ik. Maar uit nieuwsgierigheid open ik toch het bericht op mijn blackberry. Het blijkt een mislukte bloedtransfusie te zijn. Het bloed in de koelkast van Ricco was bedorven. Zonder begeleiding van een arts diende hij het bloed bij zichzelf toe. Een paar uur later werd hij met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Hij was in levensgevaar.
Slechts een paar weken geleden zwoer Ricco dat hij een ander mens was geworden. ‘’De Cobra is dood, ik voel me herboren’’. Bij Vacansoleil kon hij zich weer helemaal richten op waar hij zo goed in was, al deed hij bijna nooit mee met de groepstrainingen. Tijdens de trainingskampen in Spanje zei hij alleen ‘’eten’’ en ‘’dorst’’. Voorderest heeft er niemand een conversatie met Riccardo gevoerd. Bij het ontbijt en avondeten zat hij alleen aan een tafel met zijn trainer.
Wat als Ricco geen wielrenner was geworden. Dan was het een kleine italiaan, wachtend op zijn uitkering, elke dag maar weer op weg naar de melkfabriek om dopjes op de melkflessen te draaien. Want Ricco heeft nooit iets aan school gedaan, school was niet belangrijk. Fietsen, dat was belangrijk. Daarom was het ook voorbestemd dat Ricco zijn leven zou leiden op de fiets, hij heeft dat leven alleen wel erg moeilijk gemaakt voor zichzelf. Want als Ricco voor de tweede keer in zijn carrière betrapt zal worden op dopinggebruik, dan gaat hij de bak in. Want dat is de Italiaanse wet.
Wat de hele wereld had verwacht gebeurt nu uiteindelijk. Een bloedtransfusie is helemaal niet verboden, als je het maar niet gebruikt om bijvoorbeeld extra rode bloedlichaampjes in je lichaam te spuiten. Op twitter was hij urenlang ‘trending topic’, de hele wielerliefhebbende wereld spuugte hem uit. Niemand had een goed woord voor hem over. Vacansoleil zet eerst een goed onderzoek op voordat ze een standpunt innemen over zijn situatie.
Als Ricco weer vrijkomt als hij een paar jaar in de bak heeft gezeten, zijn zonden overdacht, waar moet hij dan heen? Zijn vrouw is zelf ook gepakt op dopinggebruik, dus dat is niet aan de orde. Boeken heeft hij nooit gelezen, zijn school heeft hij niet afgemaakt. Dat blijkt maar weer, want als je twee keer zo’n stomme fout maakt kun je niet rekenen. Ricco weet niet dat 1 + 1, 2 is. Uiteindelijk zal Ricco leven van zijn uitkering, en één keer in de week werken in de melkfabriek in Modena. Want Ricco is geen rekenwonder.
Flikken of geflikt worden
Het is flikken of geflikt worden in het leven. Dat is ook de rode leidraad in het wielrennen. Afgelopen weekend zagen we allemaal een schoolvoorbeeld van dit verschijnsel.
Op het WK veldrijden in Sankt Wendel reed Mike Teunissen alleen aan de leiding in de laatste ronde. Zijn voorsprong was zo’n vijf seconden en niets leek hem in de weg te staan om als eerstejaars belofte meteen wereldkampioen te worden. De stukjes voor de krant waren al geschreven, er moest alleen nog op ‘send’ gedrukt worden.
Achter Teunissen rijdt Europees kampioen en landgenoot Lars van der haar samen met Tijmen Eising in een achtervolgend groepje van zes. Ze zijn de twee sterksten van die groep. Niets staat Mike dus in de weg om wereldkampioen te worden….totdat.
Tijmen Eising is prof bij Sunweb-Revor. Voor het WK gaf hij al aan niet voor de ‘ploeg’ te rijden maar voor zijn persoonlijke ambities, en dat was niets minder dan wereldkampioen worden. ‘’Ik wordt betaald door Sunweb en niet door Rabobank, ik ga dan ook gewoon voor mezelf rijden’’. Niets bleek minder waar, op vijfhonderd meter van de streep rijdt opeens een lange Nederlander het gat naar Teunissen dicht.
Het is Eising, die uit hiet niets naar Teunissen toe vliegt. Ook Lars van der Haar springt mee, die uiteindelijk wereldkampioen wordt. Teunissen wordt tweede, Eising eindigt teleurgesteld op een vijfde plaats. De storm is compleet, ruzie in het Nederlandse kamp. Het is nog een geluk dat van der Haar wint, anders was de storm een orkaan geworden. Alle Raborenners zijn boos op Eising, waarom reed hij het gat dicht?
Nogmaals laat Eising zijn mening gelden, ‘’Ik rij veertig crossen in het shirt van Sunweb-Revor en ééntje dan toevallig in een oranje pakje, maar dat verandert niks aan mijn manier van koersen’’. Opzich heeft hij daar natuurlijk een punt. Maar een landgenoot terugrijden doe je niet, dat is een ongeschreven wet. Mike Teunissen is hartstikke boos geworden op Eising, heeft hem verrot gescholden, in zijn hoofd wel honderd keer van een trapje afgeduwd, maar toch bleef hij proffesioneel voor de camera van Sporza, ‘’Van tevoren had ik getekend voor een tweede plaats, dus ik ben niets minder dan tevreden’’. Dan heb je echt klasse, als je, wanneer de hele wereld wacht tot je Tijmen Eising de huid vol gaat schelden, zo kalm blijft en rustig aan het relativeren bent.
Natuurlijk is het sneu voor Teunissen, maar zijn tijd komt nog wel. Tijmen heeft voor altijd de sfeer tussen de mannen veranderd, we gaan zien wat het brengt. Het is tenslotte flikken of geflikt worden.
Op het WK veldrijden in Sankt Wendel reed Mike Teunissen alleen aan de leiding in de laatste ronde. Zijn voorsprong was zo’n vijf seconden en niets leek hem in de weg te staan om als eerstejaars belofte meteen wereldkampioen te worden. De stukjes voor de krant waren al geschreven, er moest alleen nog op ‘send’ gedrukt worden.
Achter Teunissen rijdt Europees kampioen en landgenoot Lars van der haar samen met Tijmen Eising in een achtervolgend groepje van zes. Ze zijn de twee sterksten van die groep. Niets staat Mike dus in de weg om wereldkampioen te worden….totdat.
Tijmen Eising is prof bij Sunweb-Revor. Voor het WK gaf hij al aan niet voor de ‘ploeg’ te rijden maar voor zijn persoonlijke ambities, en dat was niets minder dan wereldkampioen worden. ‘’Ik wordt betaald door Sunweb en niet door Rabobank, ik ga dan ook gewoon voor mezelf rijden’’. Niets bleek minder waar, op vijfhonderd meter van de streep rijdt opeens een lange Nederlander het gat naar Teunissen dicht.
Het is Eising, die uit hiet niets naar Teunissen toe vliegt. Ook Lars van der Haar springt mee, die uiteindelijk wereldkampioen wordt. Teunissen wordt tweede, Eising eindigt teleurgesteld op een vijfde plaats. De storm is compleet, ruzie in het Nederlandse kamp. Het is nog een geluk dat van der Haar wint, anders was de storm een orkaan geworden. Alle Raborenners zijn boos op Eising, waarom reed hij het gat dicht?
Nogmaals laat Eising zijn mening gelden, ‘’Ik rij veertig crossen in het shirt van Sunweb-Revor en ééntje dan toevallig in een oranje pakje, maar dat verandert niks aan mijn manier van koersen’’. Opzich heeft hij daar natuurlijk een punt. Maar een landgenoot terugrijden doe je niet, dat is een ongeschreven wet. Mike Teunissen is hartstikke boos geworden op Eising, heeft hem verrot gescholden, in zijn hoofd wel honderd keer van een trapje afgeduwd, maar toch bleef hij proffesioneel voor de camera van Sporza, ‘’Van tevoren had ik getekend voor een tweede plaats, dus ik ben niets minder dan tevreden’’. Dan heb je echt klasse, als je, wanneer de hele wereld wacht tot je Tijmen Eising de huid vol gaat schelden, zo kalm blijft en rustig aan het relativeren bent.
Natuurlijk is het sneu voor Teunissen, maar zijn tijd komt nog wel. Tijmen heeft voor altijd de sfeer tussen de mannen veranderd, we gaan zien wat het brengt. Het is tenslotte flikken of geflikt worden.
Koentje en Jantje
Nu het schaatsseizoen een goed eind op weg is valt er te concluderen dat Sven Kramer gemist wordt. Maar leeft sport van zijn helden, of leeft sport van de zoektocht naar steeds weer nieuwe helden?
In Thialf was het angstvallig stil afgelopen weekend. Niet dat het echt stil was, maar de gebruikelijke explosie van geluid was niet te horen. Een deel zou je kunnen verwijten aan de absurd hoge bedragen die betaald moeten worden voor een staanplaats ( 85 euro per dag). Het andere deel is te wijten aan de afwezigheid van de Nederlandse toppers (Sven Kramer, Mark Tuitert) want ook bij het EK in Collalbo was er weinig publiek.
Maar is er dan voorderest totaal geen schaatstalent in Nederland? Is er na Sven Kramer een groot leeg gat ontstaan die onmogelijk opgevuld kan worden de volgende jaren? Volgens mij niet, bij het EK in Collalbo hebben we nieuw talent tot uiting zien komen. Jantje Blokhuijsen en Koentje Verweij lieten zien over prima Allroundersgenen te beschikken. En zeg nou zelf, was de tien kilometer daar in Italië niet de spannendste van het afgelopen decennium, zo zonder Sven? Alles wordt ook meteen in het perspectief van ‘als’ geplaatst. Wat als Sven Kramer wel mee had gedaan, wat als dit, wat als dat… maar ‘wat als’ bestaat niet.
De sport leeft teveel van zijn helden. Toen Lance Armstrong stopte had iedereen het over het tijdperk na Armstrong, in plaats van het te zien als een kweekvijver voor nieuwe helden die opstaan. Michael Schumacher verliet de Formule-1 en voor hem in de plaats kwamen Lewis Hamilton en Fernando Alonso. Toch smacht het publiek nog naar de tijd van Schumi. Armstrong kon evenals Schumacher een terugkeer niet weerstaan, maar beiden kwamen erachter dat ze niet meer konden ‘heersen’ als voorheen.
Misschien zijn we de afgelopen jaren wel teveel verwend door het succes van het Nederlandse schaatsen. Met een karrevracht aan titels, medailles en ereplaatsen domineerde Nederland de afgelopen jaren de schaatssport. Laten we niet teveel hunkeren naar de helden van toen, maar openstaan voor het nieuwe talent wat stiekem de hoek om kijkt. Laten we Jantje en Koentje een kans gunnen.
In Thialf was het angstvallig stil afgelopen weekend. Niet dat het echt stil was, maar de gebruikelijke explosie van geluid was niet te horen. Een deel zou je kunnen verwijten aan de absurd hoge bedragen die betaald moeten worden voor een staanplaats ( 85 euro per dag). Het andere deel is te wijten aan de afwezigheid van de Nederlandse toppers (Sven Kramer, Mark Tuitert) want ook bij het EK in Collalbo was er weinig publiek.
Maar is er dan voorderest totaal geen schaatstalent in Nederland? Is er na Sven Kramer een groot leeg gat ontstaan die onmogelijk opgevuld kan worden de volgende jaren? Volgens mij niet, bij het EK in Collalbo hebben we nieuw talent tot uiting zien komen. Jantje Blokhuijsen en Koentje Verweij lieten zien over prima Allroundersgenen te beschikken. En zeg nou zelf, was de tien kilometer daar in Italië niet de spannendste van het afgelopen decennium, zo zonder Sven? Alles wordt ook meteen in het perspectief van ‘als’ geplaatst. Wat als Sven Kramer wel mee had gedaan, wat als dit, wat als dat… maar ‘wat als’ bestaat niet.
De sport leeft teveel van zijn helden. Toen Lance Armstrong stopte had iedereen het over het tijdperk na Armstrong, in plaats van het te zien als een kweekvijver voor nieuwe helden die opstaan. Michael Schumacher verliet de Formule-1 en voor hem in de plaats kwamen Lewis Hamilton en Fernando Alonso. Toch smacht het publiek nog naar de tijd van Schumi. Armstrong kon evenals Schumacher een terugkeer niet weerstaan, maar beiden kwamen erachter dat ze niet meer konden ‘heersen’ als voorheen.
Misschien zijn we de afgelopen jaren wel teveel verwend door het succes van het Nederlandse schaatsen. Met een karrevracht aan titels, medailles en ereplaatsen domineerde Nederland de afgelopen jaren de schaatssport. Laten we niet teveel hunkeren naar de helden van toen, maar openstaan voor het nieuwe talent wat stiekem de hoek om kijkt. Laten we Jantje en Koentje een kans gunnen.
Lance de geluksvogel
Op dit moment is Lance Armstrong bezig aan zijn laatste koers buiten de VS. Wie anders dan hij nam de microfoon tot zich en sprak de menigte toe in naam van de slachtoffers van de overstromingen in Australie. Nadat twee jaar geleden zijn comeback hier Down Under begon, eindigt deze ook hier in Australie. Maar wat bracht zijn comeback hem eigenlijk op? Tijd voor een terugblik.
In 2008 begon het weer te kriebelen en begon zijn plan voor een comeback. Eerst in de ploeg van Contador, later met zijn ‘eigen’ ploeg Radioshack. Hij maakte Carlos Sastre belachelijk door diens Touroverwinning in 2008 van laag niveau te noemen. Lance dacht dat hij de Tour voor de achtste keer zou kunnen winnen. In 2009 werd hij derde, wat trouwens echt heel erg knap is voor een wielrenner van die leeftijd. Het liet echter ook zien dat Lance weer een mens is, dat hij niet meer de ‘leider’ van het peloton is.
Behalve veel aandacht voor Lance als wielrenner profileert hij zichzelf steeds meer als ‘good guy’, tenminste dat probeert hij. In bijna elke koers waar hij komt krijgt hij het aan de stok met journalisten die simpelweg een te domme vraag stellen of zijn er fans die hem voor de voeten lopen. Eigenlijk is Lance één grote hypocriete lul, om het zo maar even netjes te zeggen. Hij geeft zijn interviews voor de teambus van Radioshack met een air van heb ik jou daar. Maar toch wil hij tegelijkertijd een ‘knuffelbeereffect’ creëren zodat mensen zijn Livestrong foundation gaan steunen. Hij laat dan ook geen moment onberoerd om zijn stichting te promoten of kankerpatiënten een hart onder de riem te steken.
Toch komt langzamerhand het werkelijke verhaal achter Lance Armstrong en zijn US Postal ploeg naar buiten. Jeff Novitzky onderzoekt de zaak. Die kwam op gang na een verhaal van Floyd Landis, voormalig ploeggenoot van Lance bij US Postal. Nu is het natuurlijk volledig terecht om Landis niet serieus te nemen nadat hij loog onder ede over zijn dopinggebruik in de Tour van 2006, maar inmiddels hebben ook anderen hun verhaal uit de doeken gedaan en lijkt een proces dichtbij.
Armstrong verklaart dat hij kanker heeft overwonnen omdat hij er altijd voor gevochten heeft. Kanker overwinnen heeft in mijn optiek echter niks met ‘vechten’ te maken. Er in geloven helpt natuurlijk in je manier van leven, maar je overleefd kanker niet ‘omdat’ je erin gelooft. Je kunt nog zo hard vechten tegen kanker, je overwint het alleen als je het grootste geluk van de wereld hebt. En dat heeft Lance Armstrong gehad, het grootste geluk van de wereld, hij is een geluksvogel, een hele grote. Dat wil niet zeggen dat ik Livestrong een slechte foundation vindt, integendeel zelfs, ik draag zelf ook een polsbandje. Maar feit is dat Lance er zelf ook geld uit haalt, en niet zo’n beetje ook.
In 2008 begon het weer te kriebelen en begon zijn plan voor een comeback. Eerst in de ploeg van Contador, later met zijn ‘eigen’ ploeg Radioshack. Hij maakte Carlos Sastre belachelijk door diens Touroverwinning in 2008 van laag niveau te noemen. Lance dacht dat hij de Tour voor de achtste keer zou kunnen winnen. In 2009 werd hij derde, wat trouwens echt heel erg knap is voor een wielrenner van die leeftijd. Het liet echter ook zien dat Lance weer een mens is, dat hij niet meer de ‘leider’ van het peloton is.
Behalve veel aandacht voor Lance als wielrenner profileert hij zichzelf steeds meer als ‘good guy’, tenminste dat probeert hij. In bijna elke koers waar hij komt krijgt hij het aan de stok met journalisten die simpelweg een te domme vraag stellen of zijn er fans die hem voor de voeten lopen. Eigenlijk is Lance één grote hypocriete lul, om het zo maar even netjes te zeggen. Hij geeft zijn interviews voor de teambus van Radioshack met een air van heb ik jou daar. Maar toch wil hij tegelijkertijd een ‘knuffelbeereffect’ creëren zodat mensen zijn Livestrong foundation gaan steunen. Hij laat dan ook geen moment onberoerd om zijn stichting te promoten of kankerpatiënten een hart onder de riem te steken.
Toch komt langzamerhand het werkelijke verhaal achter Lance Armstrong en zijn US Postal ploeg naar buiten. Jeff Novitzky onderzoekt de zaak. Die kwam op gang na een verhaal van Floyd Landis, voormalig ploeggenoot van Lance bij US Postal. Nu is het natuurlijk volledig terecht om Landis niet serieus te nemen nadat hij loog onder ede over zijn dopinggebruik in de Tour van 2006, maar inmiddels hebben ook anderen hun verhaal uit de doeken gedaan en lijkt een proces dichtbij.
Armstrong verklaart dat hij kanker heeft overwonnen omdat hij er altijd voor gevochten heeft. Kanker overwinnen heeft in mijn optiek echter niks met ‘vechten’ te maken. Er in geloven helpt natuurlijk in je manier van leven, maar je overleefd kanker niet ‘omdat’ je erin gelooft. Je kunt nog zo hard vechten tegen kanker, je overwint het alleen als je het grootste geluk van de wereld hebt. En dat heeft Lance Armstrong gehad, het grootste geluk van de wereld, hij is een geluksvogel, een hele grote. Dat wil niet zeggen dat ik Livestrong een slechte foundation vindt, integendeel zelfs, ik draag zelf ook een polsbandje. Maar feit is dat Lance er zelf ook geld uit haalt, en niet zo’n beetje ook.
De truienfabriek van Smeets
‘’Ja, helemaal wit graag, met wat strepen erdoorheen, kijk maar wat je daarmee doet, groen-geel-rood-blauw, het maakt niet uit, als het maar opvalt. En als het kan doe dan ook maar ergens wat herten in het patroon, als het maar opvalt’’.
Vandaag werd bekend dat een van de grondleggers van de Nederlandse wielersport is overleden. Peter Post werd 77 jaar. Uiteraard zag Smeets daarin weer een uitgelezen kans om zijn, toch iets te dikke, figuur voor de camera te duwen. Hij laat de kijker niet de herinnering aan Post voelen, maar in alles wat hij zegt in die drie minuten wil hij laten doorschemeren hoe goed HIJ Peter Post wel niet kende, hoe HIJ met Post omging, hoe HIJ dit verlies verwerkt. Maar dat willen we niet weten Mart, beter nog, laat die filmpjes gewoon achterwege, want laten we eerlijk zijn, je wordt hier gewoon te oud voor.
Moeten we oude mannen in gebreide wollentruien met kerstpatroontjes serieus nemen? Volgens de NOS wel. Hoewel ik denk dat dit eerder komt omdat ze Smeets niet durven te ontslaan. In de interviews die hij afneemt staat niet de geïnterviewde centraal, maar HIJ. Met ‘kijkmijeensgoeievragenstellen’ journalistiek doorkruist hij de vaderlandse sportgronden.
Zijn uitspraak over gehandicaptensport in mei 2010 heeft me erg geraakt. ‘’We vinden paralympische sporters eng, we vinden mensen met een gebrek eng, daar willen wij nederlanders niet naar kijken’’, "We hebben zicht op wat mooi en goed is, maar dingen die we niet zo mooi vinden, willen we niet graag zien." aldus Smeets. Ten eerste zou hij er goed aan doen de ‘we’ vorm maar even weg te laten. Want nee Mart, niet heel Nederland denkt net zoals jou, al denk je dat zelf uiteraard wel. Als jakhals Lex hem er later nog eens mee confronteert loopt hij weg, omdat hij zich realiseert dat hij zich niet kan verdedigen. Maar Mart, zo werkt het niet hé!
Misschien vinden we jou wel eng Mart. Kwallen in de zee zijn toch eng? Dus waarom zou jij niet eng zijn. En je zegt dat mensen met een gebrek eng zijn? Jij hebt toevallig een gebrek aan menselijkheid. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen, mits ik maar ‘ik vind’ zeg in plaats van ‘wij vinden’. Hij steekt ook zijn ‘goeie’ relatie met Lance Armstrong niet onder stoelen of banken. Je hebt het heelal, de aardbol en je hebt Mart Smeets. Logisch toch!
De NOS had na de ‘’paralympische’’ uitspraken van Smeets stappen moeten ondernemen. Smeets eruit, vers bloed erin. Notabene een sportverslaggever die zegt dat de tak van sport die in mijn ogen de meeste waardering verdient ‘eng’ is. Nou Mart, ga maar lekker naar Noorwegen. Kun je daar mooi een wollentruienfabrikant oprichten, dan zal ik er een bestellen, met ruitjesmotief welteverstaan. Als het maar opvalt, dat is het belangrijkste, toch Mart?
Vandaag werd bekend dat een van de grondleggers van de Nederlandse wielersport is overleden. Peter Post werd 77 jaar. Uiteraard zag Smeets daarin weer een uitgelezen kans om zijn, toch iets te dikke, figuur voor de camera te duwen. Hij laat de kijker niet de herinnering aan Post voelen, maar in alles wat hij zegt in die drie minuten wil hij laten doorschemeren hoe goed HIJ Peter Post wel niet kende, hoe HIJ met Post omging, hoe HIJ dit verlies verwerkt. Maar dat willen we niet weten Mart, beter nog, laat die filmpjes gewoon achterwege, want laten we eerlijk zijn, je wordt hier gewoon te oud voor.
Moeten we oude mannen in gebreide wollentruien met kerstpatroontjes serieus nemen? Volgens de NOS wel. Hoewel ik denk dat dit eerder komt omdat ze Smeets niet durven te ontslaan. In de interviews die hij afneemt staat niet de geïnterviewde centraal, maar HIJ. Met ‘kijkmijeensgoeievragenstellen’ journalistiek doorkruist hij de vaderlandse sportgronden.
Zijn uitspraak over gehandicaptensport in mei 2010 heeft me erg geraakt. ‘’We vinden paralympische sporters eng, we vinden mensen met een gebrek eng, daar willen wij nederlanders niet naar kijken’’, "We hebben zicht op wat mooi en goed is, maar dingen die we niet zo mooi vinden, willen we niet graag zien." aldus Smeets. Ten eerste zou hij er goed aan doen de ‘we’ vorm maar even weg te laten. Want nee Mart, niet heel Nederland denkt net zoals jou, al denk je dat zelf uiteraard wel. Als jakhals Lex hem er later nog eens mee confronteert loopt hij weg, omdat hij zich realiseert dat hij zich niet kan verdedigen. Maar Mart, zo werkt het niet hé!
Misschien vinden we jou wel eng Mart. Kwallen in de zee zijn toch eng? Dus waarom zou jij niet eng zijn. En je zegt dat mensen met een gebrek eng zijn? Jij hebt toevallig een gebrek aan menselijkheid. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen, mits ik maar ‘ik vind’ zeg in plaats van ‘wij vinden’. Hij steekt ook zijn ‘goeie’ relatie met Lance Armstrong niet onder stoelen of banken. Je hebt het heelal, de aardbol en je hebt Mart Smeets. Logisch toch!
De NOS had na de ‘’paralympische’’ uitspraken van Smeets stappen moeten ondernemen. Smeets eruit, vers bloed erin. Notabene een sportverslaggever die zegt dat de tak van sport die in mijn ogen de meeste waardering verdient ‘eng’ is. Nou Mart, ga maar lekker naar Noorwegen. Kun je daar mooi een wollentruienfabrikant oprichten, dan zal ik er een bestellen, met ruitjesmotief welteverstaan. Als het maar opvalt, dat is het belangrijkste, toch Mart?
Uitbuiken in Belek
Het is een zonnige morgen in de Turkse badplaats Belek. Zo’n 45 mannen komen collectief uitgedost in het rood/zwart het veld opgehuppeld. Ze gaan bezig met hun warming-up rondjes. Nee, dit is geen trainingskamp van een profvoetbalclub, dit zijn scheidsrechters.
Ze zijn met tachtig man in Belek neergestreken, scheidsrechters, junior-arbiters, docenten, begeleiders noem het maar op. Ze zijn hier vooral om begrip te kweken voor de lastige omstandigheden waarin zij steeds vaker als scheids moeten fungeren. Dan denk je, moet dat dan in een duur hotel helemaal in Turkije, ja dus.
’s Ochtends wordt er getraind. Loopscholing, rek- en strek oefeningen, stabiliteitsoefeningen, het komt allemaal aan bod. ’s Middags staat het evalueren centraal. In een zaal met een groot scherm worden de cruciale momenten uit de eerste competitiehelft nog eens rustig doorgenomen. ‘’Kijk, hier nam je dus een onjuiste beslissing’’ en ‘’ Heel goed Bas, in deze situatie handelde jij volledig correct volgens de regels’’. Ook de houding van de eredivisiespelers wordt besproken. ‘’Er mag hier en daar wel met wat meer respect met elkaar om worden gegaan’’.
Na de lunch volgt dan het tweede deel van de middag, die volledig in het teken staat van motorische ontwikkeling. Er worden pagina’s vol gevingerverfd, planken volgetimmerd, kleurplaten ingekleurd en legostadions gebouwd. Van verveling is dus geen sprake. Ondertussen worden er ook nieuwe gele en rode kaarten ingekleurd en uitgeknipt, en zoals het hoort, netjes binnen de lijntjes, mooi toch!
’s Avonds is er eerst een spokentocht door de turkse woestijn. (‘’iedereen die niet verkleedt is krijgt een gele kaart’’). De dag wordt afgesloten met een film uit de collectie van Bas Nijhuis, ‘’Vanavond Belle en het beest, of Finding Nemo?’’. Tsja, zo gaat dat op een scheidsrechterskamp. De beheerders van het hotel lopen in de grote slaapzaal rond met een schaal speciaal ingevlogen frikadellen, uiteraard met mayonaise ‘’Want dat hoort erbij’’.
Over het prijskaartje wordt niet gesproken, want dat is van ondergeschikt belang, vindt de KNVB. ‘’Het gaat erom dat we samen evalueren en leren van onze fouten, zodat we sterker staan in de toekomst. De laatste jaren groeit de kritiek op scheidsrechters, maar we proberen wel degelijk zo goed mogelijk ons werk te doen’’. Maar om dat nou in een duur hotel in Turkije gaat in mijn ogen wat ver, is de gymzaal in Zeist niet goed genoeg? Ondertussen wordt er ook nog gesproken over een 5e en 6e scheids in het veld. ‘’De ene kan vast thee zetten voor in de pauze en de ander kan de vuurpijlen en waxinelichtjeshouders uit het publiek opvangen, ideaal toch’’.
Intussen is de groep bezig aan het laatste warming-up rondje, ‘’Hee Bas, welke film wordt het vanavond? We gaan Wall-E kijken. Ah fijn! Ik heb er nu al zin in!’’.
Ze zijn met tachtig man in Belek neergestreken, scheidsrechters, junior-arbiters, docenten, begeleiders noem het maar op. Ze zijn hier vooral om begrip te kweken voor de lastige omstandigheden waarin zij steeds vaker als scheids moeten fungeren. Dan denk je, moet dat dan in een duur hotel helemaal in Turkije, ja dus.
’s Ochtends wordt er getraind. Loopscholing, rek- en strek oefeningen, stabiliteitsoefeningen, het komt allemaal aan bod. ’s Middags staat het evalueren centraal. In een zaal met een groot scherm worden de cruciale momenten uit de eerste competitiehelft nog eens rustig doorgenomen. ‘’Kijk, hier nam je dus een onjuiste beslissing’’ en ‘’ Heel goed Bas, in deze situatie handelde jij volledig correct volgens de regels’’. Ook de houding van de eredivisiespelers wordt besproken. ‘’Er mag hier en daar wel met wat meer respect met elkaar om worden gegaan’’.
Na de lunch volgt dan het tweede deel van de middag, die volledig in het teken staat van motorische ontwikkeling. Er worden pagina’s vol gevingerverfd, planken volgetimmerd, kleurplaten ingekleurd en legostadions gebouwd. Van verveling is dus geen sprake. Ondertussen worden er ook nieuwe gele en rode kaarten ingekleurd en uitgeknipt, en zoals het hoort, netjes binnen de lijntjes, mooi toch!
’s Avonds is er eerst een spokentocht door de turkse woestijn. (‘’iedereen die niet verkleedt is krijgt een gele kaart’’). De dag wordt afgesloten met een film uit de collectie van Bas Nijhuis, ‘’Vanavond Belle en het beest, of Finding Nemo?’’. Tsja, zo gaat dat op een scheidsrechterskamp. De beheerders van het hotel lopen in de grote slaapzaal rond met een schaal speciaal ingevlogen frikadellen, uiteraard met mayonaise ‘’Want dat hoort erbij’’.
Over het prijskaartje wordt niet gesproken, want dat is van ondergeschikt belang, vindt de KNVB. ‘’Het gaat erom dat we samen evalueren en leren van onze fouten, zodat we sterker staan in de toekomst. De laatste jaren groeit de kritiek op scheidsrechters, maar we proberen wel degelijk zo goed mogelijk ons werk te doen’’. Maar om dat nou in een duur hotel in Turkije gaat in mijn ogen wat ver, is de gymzaal in Zeist niet goed genoeg? Ondertussen wordt er ook nog gesproken over een 5e en 6e scheids in het veld. ‘’De ene kan vast thee zetten voor in de pauze en de ander kan de vuurpijlen en waxinelichtjeshouders uit het publiek opvangen, ideaal toch’’.
Intussen is de groep bezig aan het laatste warming-up rondje, ‘’Hee Bas, welke film wordt het vanavond? We gaan Wall-E kijken. Ah fijn! Ik heb er nu al zin in!’’.
Sjonnie for President
Vacansoleil gaat naar de Tour. Dat betekend dat de tourdirectie alvast één klassement kan schrappen, namelijk die van het bergklassement. En oja, ook maar die van strijdlustigste renner. Die zijn namelijk voor Sjonnie, Sjonnie Hoogerland.
Vorige week werd bekend dat na een goed gesprek met de ASO, Vacansoleil meedoet aan de Tour. Ook de uitnodigingen voor de Giro en de Vuelta zitten al in de envelop, aangezien de ploeg voor de Giro (Ricco) en de Vuelta (Mosquera) twee potentiele winnaars in huis heeft. Na traditioneel Rabobank hebben we dus een tweede Nederlandse ploeg die zich kan meten op het aller-allerhoogste niveau in het wielrennen.
De eerste 100 kilometer van de etappe hoef je niet te gaan kijken om te zien wie er in de kopgroep zit. Één ding is namelijk zeker, elke dag zal daar staan: teté de la course HOOGERLAND, Sjonnie 154. Elke dag rijdend met zijn rode rugnummer geeft hij het begrip aanvallen een nieuwe dimensie. Haal die oranje vlaggen en leeuwen maar tevoorschijn: aaaanvalluuhh!
Ondanks zijn aanvallende rijstijl zal hij ook nog top-10 eindigen in het algemeen klassement, gewoon puur op karakter, op de macht. Sjonnie gaat ondertussen doodleuk bidons halen voor zijn ploeggenoten, om nog maar te zwijgen over zijn bedtime-stories en het lostrekken van bh’s langs de etapperoute. Ja, dat is Sjonnie.
Eenmaal terug in Nederland begint hij een politieke campagne, eerst bestuursvoorzitter in Zeeland, daarna Minister-President. Sjonnie for President! Allemaal stemmen dus.
Vorige week werd bekend dat na een goed gesprek met de ASO, Vacansoleil meedoet aan de Tour. Ook de uitnodigingen voor de Giro en de Vuelta zitten al in de envelop, aangezien de ploeg voor de Giro (Ricco) en de Vuelta (Mosquera) twee potentiele winnaars in huis heeft. Na traditioneel Rabobank hebben we dus een tweede Nederlandse ploeg die zich kan meten op het aller-allerhoogste niveau in het wielrennen.
De eerste 100 kilometer van de etappe hoef je niet te gaan kijken om te zien wie er in de kopgroep zit. Één ding is namelijk zeker, elke dag zal daar staan: teté de la course HOOGERLAND, Sjonnie 154. Elke dag rijdend met zijn rode rugnummer geeft hij het begrip aanvallen een nieuwe dimensie. Haal die oranje vlaggen en leeuwen maar tevoorschijn: aaaanvalluuhh!
Ondanks zijn aanvallende rijstijl zal hij ook nog top-10 eindigen in het algemeen klassement, gewoon puur op karakter, op de macht. Sjonnie gaat ondertussen doodleuk bidons halen voor zijn ploeggenoten, om nog maar te zwijgen over zijn bedtime-stories en het lostrekken van bh’s langs de etapperoute. Ja, dat is Sjonnie.
Eenmaal terug in Nederland begint hij een politieke campagne, eerst bestuursvoorzitter in Zeeland, daarna Minister-President. Sjonnie for President! Allemaal stemmen dus.
Het jaar van verandering
De Nederlandse wielerliefhebber is de laatste jaren niet erg verwend geweest met grote successen, tijd dus, dat daar verandering in komt! Laat 2011 nou net het jaar van die verandering zijn.
Rabobank was jarenlang de vaderlandse troef in het internationale wielerpeloton, het is nu zelfs uitgegroeid tot de rijkste sponsorformatie ter wereld. Qua successen zit het de ploeg in dat opzicht dan niet erg mee. Freire won dan weliswaar twee klassiekers, maar voorderest was er naast het Tourpodium van Menchov en nog wat individuele overwinningen van Gesink niet veel te genieten bij de oranje-blauwe formatie. De ploeg leek niet uitgebalanceerd en een beetje zoekende naar zichzelf in 2010.
Het aankoopbeleid van de boerenleenbank stemt voor 2011 echter tot optimisme. Met het aantrekken van Luis Leon Sanchez, Carlos Barredo, Theo Bos, Maarten Wynants, Matti Breschel en Michael Matthews moet in 2011 die grote belofte eindelijk een keer volledig ingevuld worden. Uit de opleidingsploeg stromen daarnaast nog met Coen Vermeltfoort en Tom-Jelte Slagter twee grote beloften door naar het Proteam
Vacansoleil heeft zich in sneltreinvaart ontwikkeld in de wielrennerij. In 2009 werd begonnen aan het project wat moest resulteren in deelname aan een grote ronde binnen drie jaar. Door de goede resultaten en de erg ‘schone’ uitstraling mocht Vacansoleil zich al in het najaar melden bij de Vuelta a Espana. Een nieuwe Nederlandse topploeg leek geboren, maar afgelopen seizoen sloeg het de plank mis. Door de vele nieuwe ploegen als Sky en BMC kreeg de ploeg geen enkele uitnodiging voor een grote ronde.
Hoe anders is het vooruitzicht in 2011. De ploeg kreeg een Worldtour-licentie(de opvolger van de Protour) en verwierf zich hiermee startrecht voor alle grote wedstrijden met uitzondering van de drie grote rondes. Dit probleem wordt opgelost door het aantrekken van onder andere Ricardo Ricco, Ezequil Mosquera en Stijn Devolder. En door Ricco lijkt het startbewijs voor de Giro al in de pocket te zitten.
Kortom, Nederland staat als wielerland weer op de kaart met twee grote ploegen in de hoogste divisie van het wielrennen, nu nog zien wat dat voor resultaten gaat brengen. De eerste overwinning voor Rabobank is in ieder geval al binnen.
Rabobank was jarenlang de vaderlandse troef in het internationale wielerpeloton, het is nu zelfs uitgegroeid tot de rijkste sponsorformatie ter wereld. Qua successen zit het de ploeg in dat opzicht dan niet erg mee. Freire won dan weliswaar twee klassiekers, maar voorderest was er naast het Tourpodium van Menchov en nog wat individuele overwinningen van Gesink niet veel te genieten bij de oranje-blauwe formatie. De ploeg leek niet uitgebalanceerd en een beetje zoekende naar zichzelf in 2010.
Het aankoopbeleid van de boerenleenbank stemt voor 2011 echter tot optimisme. Met het aantrekken van Luis Leon Sanchez, Carlos Barredo, Theo Bos, Maarten Wynants, Matti Breschel en Michael Matthews moet in 2011 die grote belofte eindelijk een keer volledig ingevuld worden. Uit de opleidingsploeg stromen daarnaast nog met Coen Vermeltfoort en Tom-Jelte Slagter twee grote beloften door naar het Proteam
Vacansoleil heeft zich in sneltreinvaart ontwikkeld in de wielrennerij. In 2009 werd begonnen aan het project wat moest resulteren in deelname aan een grote ronde binnen drie jaar. Door de goede resultaten en de erg ‘schone’ uitstraling mocht Vacansoleil zich al in het najaar melden bij de Vuelta a Espana. Een nieuwe Nederlandse topploeg leek geboren, maar afgelopen seizoen sloeg het de plank mis. Door de vele nieuwe ploegen als Sky en BMC kreeg de ploeg geen enkele uitnodiging voor een grote ronde.
Hoe anders is het vooruitzicht in 2011. De ploeg kreeg een Worldtour-licentie(de opvolger van de Protour) en verwierf zich hiermee startrecht voor alle grote wedstrijden met uitzondering van de drie grote rondes. Dit probleem wordt opgelost door het aantrekken van onder andere Ricardo Ricco, Ezequil Mosquera en Stijn Devolder. En door Ricco lijkt het startbewijs voor de Giro al in de pocket te zitten.
Kortom, Nederland staat als wielerland weer op de kaart met twee grote ploegen in de hoogste divisie van het wielrennen, nu nog zien wat dat voor resultaten gaat brengen. De eerste overwinning voor Rabobank is in ieder geval al binnen.
Tikke Takke
Het gaat van tikke takke bij de spaanse voetbalclub Barcelona. Het ongeëvenaarde positiespel van de grotendeels zelf opgeleide selectie wordt geleid door het principe ‘één keer raken’. Laat nou net de grootste dribbelkoning deze winterstop verkassen naar de Catalaanse club.
Affelay is nu druk op zijn stoffige kamertje aan het oefenen voor een mooie handtekening. Want als je bij de grootste club ter wereld een contract gaat tekenen dan moet je wel een mooie handtekening hebben natuurlijk. Ondertussen probeert hij nog een paar keer hoog te houden, voor de presentatie in het stadion moet hij natuurlijk kort laten zien wat hij kan met de bal. Ik zie het al helemaal voor me. ‘Ibi’ die met de bal aan de voet tien keer van de ene kant naar de andere kant van het veld loopt. Dribbelen, dat is wat hij kan.
‘Ibi’ en ‘Ini’, het klinkt zo lekker. Alleen daarom moet Afellay de overstap al maken. Hij heeft het geluk dat hij door zijn transfersom van rond de vijf miljoen euro, wat een schijntje is voor Barca, geen hoog verwachtingspatroon heeft in Catalonie. De eerste drie jaar komt hij toch niet aan spelen toe, mag hij alleen toekijken op de tribune hoe zijn collega’s de show stelen. Om wat bij te verdienen speelt hij postbode voor Lionel Messi, om zijn fanmail te beantwoorden en te bezorgen. Is de stap van de Nederlandse koploper naar de Spaanse koploper en tevens het best voetballende clubteam ter wereld niet een beetje te groot?
Volgens Afellay, en vele anderen, niet. Natuurlijk gaat zijn loonstrookje een loon a-4’tje worden, maar dat mag niet de enige reden zijn dat ‘Ibi’ zich bij de beste voetballers ter wereld schaart. Hij denkt dat hij het niveau aankan en ergens diep verborgen zit daar wel een kern van waarheid in. Kijk naar de voorbereidingsfase van Oranje op het afgelopen WK. We zagen Afellay zoals we hem nog nooit hadden gezien. Geniale steekpasses werden opgevolgd door prachtige lange ballen naar de andere kant van het veld. Oranje maakte van Afellay een man. Eenmaal terug tussen de ‘matige’ selectie van PSV leek hij weer een klein schooljongetje.
De vraag is dus of Afellay door de kwaliteit bij Barcelona zich zo gaat ontwikkelen dat hij diegene wordt die hij altijd leek te gaan worden. Feit is dat dat principe van één keer raken hem wat in de weg zit. Want één keer raken is voor ‘Ibi’ net één keer te veel.
Affelay is nu druk op zijn stoffige kamertje aan het oefenen voor een mooie handtekening. Want als je bij de grootste club ter wereld een contract gaat tekenen dan moet je wel een mooie handtekening hebben natuurlijk. Ondertussen probeert hij nog een paar keer hoog te houden, voor de presentatie in het stadion moet hij natuurlijk kort laten zien wat hij kan met de bal. Ik zie het al helemaal voor me. ‘Ibi’ die met de bal aan de voet tien keer van de ene kant naar de andere kant van het veld loopt. Dribbelen, dat is wat hij kan.
‘Ibi’ en ‘Ini’, het klinkt zo lekker. Alleen daarom moet Afellay de overstap al maken. Hij heeft het geluk dat hij door zijn transfersom van rond de vijf miljoen euro, wat een schijntje is voor Barca, geen hoog verwachtingspatroon heeft in Catalonie. De eerste drie jaar komt hij toch niet aan spelen toe, mag hij alleen toekijken op de tribune hoe zijn collega’s de show stelen. Om wat bij te verdienen speelt hij postbode voor Lionel Messi, om zijn fanmail te beantwoorden en te bezorgen. Is de stap van de Nederlandse koploper naar de Spaanse koploper en tevens het best voetballende clubteam ter wereld niet een beetje te groot?
Volgens Afellay, en vele anderen, niet. Natuurlijk gaat zijn loonstrookje een loon a-4’tje worden, maar dat mag niet de enige reden zijn dat ‘Ibi’ zich bij de beste voetballers ter wereld schaart. Hij denkt dat hij het niveau aankan en ergens diep verborgen zit daar wel een kern van waarheid in. Kijk naar de voorbereidingsfase van Oranje op het afgelopen WK. We zagen Afellay zoals we hem nog nooit hadden gezien. Geniale steekpasses werden opgevolgd door prachtige lange ballen naar de andere kant van het veld. Oranje maakte van Afellay een man. Eenmaal terug tussen de ‘matige’ selectie van PSV leek hij weer een klein schooljongetje.
De vraag is dus of Afellay door de kwaliteit bij Barcelona zich zo gaat ontwikkelen dat hij diegene wordt die hij altijd leek te gaan worden. Feit is dat dat principe van één keer raken hem wat in de weg zit. Want één keer raken is voor ‘Ibi’ net één keer te veel.
Abonneren op:
Posts (Atom)