Wat is dat toch met Nederlandse wielerprofs. Ze lijken allemaal zo op de een ideale schoonzoon, zo ook bij Bauke Mollema, of toch niet?
Hoewel Mollema pas laat begon met wielrennen ( 18 jaar) heeft het hem niet geschaad in zijn ontwikkeling als wielrenner. Vorig jaar werd hij 12e in het eindklassement van de giro, op dit moment staat hij zesde in de algemene rangschikking van de Ronde van Spanje, op slechts zevenendertig seconden van leider Bradley Wiggins. Het lijkt de verhaallijn van een spannend jongensboek.
Als ik Mollema een interview zie geven kan ik meestal een lach niet onderdrukken. Ik heb toch altijd het idee dat ik naar een dromerige dichter zit te luisteren die vertelt dat koeien in de wei grazen en hoe het leven op een boerderij is. Toch zegt hij vaak zinnige dingen, zij het in een nuchtere vorm. Hoe nuchter en dromerig Mollema tijdens de interviews is, zo scherp, attent en explosief is hij in de koers.
Opvallend is dat er eindelijk eens een Nederlandse klassementsrenner is die wel net voor de breuk van het peloton zit bij een pelotonsprint, die bonificatiesprints kan winnen en op supersteile aankomsten met de beste mee kan. In een ronde als de vuelta, waar bonificatieseconden een grote rol spelen, is dat essentieel. Als hij kan aanpikken op de Angliru komende zondag, is hij podiumkandidaat.
Eigenlijk is alles aan Bauke Mollema wel een beetje lelijk. Soigneer rondrijden maakt hem niet zo veel uit. Een kek stuurlintje? Ga toch weg! Nieuw materiaal? Laat maar gaan! En terwijl Robert Gesink zweert bij wattages en inspanningstesten kletst Bauke liever over een nieuwe film of een goed boek. In de Tour reed hij als ongeveer enige raborenner optimistisch rond. Na ziekte in de eerste week kwam hij net te kort voor een etappezege. Om daarna natuurlijk weer broodnuchter bij de microfoon te staan. Je blijft toch de ideale schoonzoon. Oja en dat jongensboek, dat heet ‘’Bauke Mollema en de rode trui’’ en ligt vanaf 12 september in de schappen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten